Monsiegesocial Logo

Fiscale afschrijving van een BV in België: methodes en termijnen

Fiscale afschrijving van een Belgische BV: lineaire methode, het einde van de degressieve afschrijving sinds 2020, de pro-rata-regel en gebruikelijke termijnen voor uw vaste activa.

H

Het Monsiegesocial-team

Gepubliceerd op 18 septembre 20267 min lezen
Geverifieerde officiële bronnen
Boekhouder die afschrijvingen berekent op financiële documenten aan een bureau

Belangrijkste punten

  • Fiscale afschrijving spreidt de kost van een vast actief over de werkelijke economische gebruiksduur ervan (art. 61 WIB 1992).
  • De degressieve methode is verdwenen voor elk actief verkregen sinds 1 januari 2020 (art. 196, § 3, WIB 1992).
  • De pro-rata-temporis-regel voor de eerste annuïteit geldt voortaan voor elke vennootschap, klein of groot.
  • Kleine vennootschappen in de zin van art. 1:24 van het WVV behouden een soepelere behandeling voor bijkomende kosten.

Een machine die 20.000 euro kost, kan niet meteen op de dag van aankoop volledig als kost worden geboekt: de kostprijs wordt gespreid over de boekjaren waarin het goed voor de activiteit dient. Dat is het principe van de fiscale afschrijving, en de hervorming van de vennootschapsbelasting die eind 2017 werd gestemd, veranderde de regels voor elke Belgische BV vanaf 2020. Dit artikel zet uiteen wat nog mogelijk is, wat verdwenen is en hoe u een annuïteit correct berekent.

Het wettelijke principe van de afschrijving

Artikel 61 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) staat toe dat afschrijvingen als beroepskost worden afgetrokken, op één centrale voorwaarde: de annuïteit moet overeenstemmen met de werkelijke waardevermindering van het goed tijdens het belastbaar tijdperk, rekening houdend met de vermoedelijke economische gebruiksduur ervan. Een BV kan dus geen computer over vijftien jaar of een industrieel gebouw over drie jaar afschrijven zonder die termijn te verantwoorden.

Historisch bestonden er twee methodes naast elkaar: de lineaire afschrijving, die de kost in gelijke annuïteiten spreidt, en de degressieve afschrijving, die de aftrek in de eerste jaren concentreerde. De hervorming van 2018 maakte een einde aan die keuze voor nieuwe investeringen.

Lineaire of degressieve afschrijving: wat er sinds 2020 veranderde

De wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting voegde artikel 196, § 3, in het WIB 1992 in. Sinds 1 januari 2020 sluit deze paragraaf het degressieve stelsel van het vroegere artikel 64 van het WIB 1992 uit voor elk vast actief dat sindsdien wordt verkregen of tot stand gebracht. Enkel de lineaire methode blijft open voor nieuwe investeringen.

Vóór 1 januari 2020Sinds 1 januari 2020
Lineaire methode
Degressieve methode voor een nieuw actief
Volledige annuïteit in jaar 1 (kleine vennootschap)
Pro rata temporis verplicht voor elke vennootschap
Degressieve afschrijvingsplannen die vóór 2020 al liepen, lopen door tot het einde ervan op de betrokken activa.

In de praktijk kan een BV die vandaag professioneel materieel aankoopt, niet langer voor de degressieve methode kiezen om de fiscale aftrek in de eerste jaren te versnellen. Ze schrijft af in gelijke delen, over de economische gebruiksduur van het goed.

De pro-rata-temporis-regel voor de eerste annuïteit

Vóór de hervorming kon een kleine vennootschap in de zin van artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) een volledige annuïteit aftrekken in het jaar van de aanschaf zelf, ongeacht de aankoopdatum binnen het boekjaar. Artikel 196, § 2, van het WIB 1992 maakte een einde aan die soepelheid: voor elk boekjaar dat ten vroegste op 1 januari 2020 aanvangt, wordt de annuïteit van het eerste jaar berekend naar verhouding van het werkelijke aantal dagen tussen de ingebruikname van het goed en de afsluiting van het boekjaar.

5 jaar

afschrijvingstermijn

voorbeeld: materieel ter waarde van €20.000, lineair afgeschreven

€4.000

volledige annuïteit

€20.000 / 5 jaar

~€2.016

1e annuïteit, pro rata

ingebruikname op 1 juli, boekjaar afgesloten op 31 december

In dit voorbeeld neemt de vennootschap het materieel op 1 juli in gebruik en sluit ze het boekjaar af op 31 december. De volledige annuïteit van 4.000 euro wordt verminderd naar verhouding van de 184 resterende dagen op de 365 dagen van het boekjaar, wat neerkomt op ongeveer 2.016 euro in het eerste jaar. Het saldo van de afschrijving wordt ingehaald op het einde van het plan, in een zesde, gedeeltelijke annuïteit.

Bijkomende kosten en immateriële vaste activa

Kosten verbonden aan de aankoop van een vast actief (notariskosten, registratierechten, commissies) volgen een andere regel naargelang de grootte van de vennootschap. Een kleine vennootschap in de zin van artikel 1:24 van het WVV (hoogstens één van drie drempels overschreden: 50 werknemers, €11.250.000 omzet exclusief btw, €6.000.000 balanstotaal) mag deze kosten in één keer aftrekken in het jaar van aankoop, of ze spreiden aan hetzelfde ritme als de afschrijving van het hoofdgoed. Een vennootschap die meer dan één van deze drempels overschrijdt, moet ze verplicht spreiden.

Voor immateriële vaste activa zoals goodwill of een overgenomen klantenbestand schrijft het Belgisch boekhoudrecht af over de werkelijke gebruiksduur van het goed wanneer die betrouwbaar kan worden geschat. Kan dat niet, dan wordt die termijn beperkt tot maximaal tien jaar (art. 3:89, § 1, van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het WVV). In beide gevallen moet de gekozen termijn worden verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening.

Vóór het vastleggen van een afschrijvingsplan

  • Controleer de werkelijke economische gebruiksduur van het goed

    geen termijn gekozen om de belasting van het lopende jaar te optimaliseren

  • Bereken de pro rata temporis van de eerste annuïteit

    vanaf de datum van ingebruikname, niet de besteldatum

  • Bevestig of de vennootschap een kleine vennootschap blijft in de zin van art. 1:24 van het WVV

    dit statuut bepaalt de behandeling van bijkomende kosten

  • Documenteer het plan in de toelichting bij de jaarrekening

    nuttig bij een controle over de gekozen termijn

Hulp nodig bij de fiscaliteit van uw BV?

Onze experts begeleiden de oprichting en het doorlopend administratief beheer van uw Belgische vennootschap, inclusief de dagelijkse boekhoudkundige en fiscale opvolging.

Een veelgemaakte fout: optimalisatie verwarren met verantwoording

Een te agressief afschrijvingsplan, dat de termijn van een goed kunstmatig verkort om de fiscale aftrek van een bepaald jaar te maximaliseren, stelt de BV bloot aan verwerping bij een controle. De belastingadministratie vergelijkt de gebruikte termijn met de sectorpraktijk en het werkelijke gebruik van het goed binnen de onderneming. Computermaterieel dat over twee jaar wordt afgeschreven, blijft verdedigbaar; een handelsgebouw dat over vijf jaar wordt afgeschreven, is dat niet zonder stevige verantwoording.

De beste bescherming blijft de samenhang tussen het boekhoudkundig plan, het fiscaal plan en het vastgestelde werkelijke gebruik van het goed. Een bestuurder die deze keuze documenteert vanaf de aankoop van het vast actief, vermijdt het merendeel van de discussies bij een controle.

Verder lezen

Om de afschrijving te situeren binnen het geheel van aftrekbare kosten van een BV, zie aftrekbare beroepskosten voor een BV. Voor de boekhoudkundige verplichtingen die het afschrijvingsplan omkaderen, zie boekhoudkundige verplichtingen van een BV in België. Om deze kosten in uw prognoses te integreren, zie hoe u het financieel plan van een BV opstelt.

Veelgestelde vragen

Wat is de fiscale afschrijving van een BV in België?

Dit is de spreiding, over meerdere boekjaren, van de aanschaffingskost van een vast actief (gebouw, materieel, software) waarvan het gebruik langer dan een jaar duurt. Artikel 61 van het WIB 1992 aanvaardt deze kost als beroepskost op voorwaarde dat de afschrijving overeenstemt met de werkelijke waardevermindering en de vermoedelijke economische gebruiksduur van het goed.

Bestaat de degressieve afschrijving nog in België?

Nee, niet voor vaste activa verkregen of tot stand gebracht sinds 1 januari 2020. Artikel 196, § 3, van het WIB 1992, ingevoegd door de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting, sloot dit stelsel uit voor elke nieuwe investering. Het blijft enkel bestaan voor afschrijvingsplannen die vóór die datum al liepen.

Wat houdt de pro-rata-temporis-regel voor afschrijvingen in?

Sinds een boekjaar dat ten vroegste op 1 januari 2020 aanvangt, moet elke vennootschap, klein of niet in de zin van artikel 1:24 van het WVV, de afschrijvingsannuïteit van het eerste jaar beperken tot het werkelijke aantal dagen tussen de ingebruikname van het goed en de afsluiting van het boekjaar (artikel 196, § 2, WIB 1992). Een volledige annuïteit vanaf het eerste jaar is niet langer mogelijk.

Hoe worden bijkomende kosten bij de aankoop van een vast actief afgeschreven?

Een kleine vennootschap in de zin van artikel 1:24 van het WVV kan ervoor kiezen om bijkomende kosten (notariskosten, registratierechten, commissies) in één keer af te trekken in het jaar van aankoop, of ze te spreiden aan hetzelfde ritme als de afschrijving van het goed zelf. Een vennootschap die geen kleine vennootschap is, moet ze verplicht spreiden.

Over hoeveel jaar moet goodwill of een immaterieel vast actief worden afgeschreven?

Het Belgisch boekhoudrecht beperkt de afschrijving van goodwill tot tien jaar wanneer de gebruiksduur ervan niet betrouwbaar kan worden geschat (art. 3:89, § 1, van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het WVV). Kan die duur wel betrouwbaar worden geschat, dan wordt de afschrijving over die werkelijke duur gespreid, en moet de gekozen termijn steeds worden verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening.

Kan een BV vrij de afschrijvingstermijn van haar activa kiezen?

Nee. De termijn moet overeenstemmen met de vermoedelijke economische gebruiksduur van het goed, niet met een fiscaal opportuniteitskeuze. De belastingadministratie kan een afschrijvingsplan verwerpen dat duidelijk te kort is als de vennootschap de ingeroepen werkelijke waardevermindering niet kan verantwoorden.

Ook interessant