Monsiegesocial Logo

Verlaagd tarief vennootschapsbelasting in België: voorwaarden en berekening voor kmo's 2026

Verlaagd tarief vennootschapsbelasting België: kleine vennootschap, minimale bezoldiging bestuurder en berekening van de maximale besparing van 5.000 €.

H

Het Monsiegesocial team

Gepubliceerd op 3 août 20268 min lezen
Geverifieerde officiële bronnen
Accountant die een rekenmachine gebruikt en belastingdocumenten ondertekent voor Belgische vennootschapsbelasting

Belangrijkste punten

  • Het verlaagd tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 20% op de eerste 100.000 euro belastbare winst, tegenover 25% bij het normale tarief.
  • De maximale besparing is 5.000 euro per boekjaar, bereikt zodra de winst 100.000 euro overschrijdt.
  • De bruto bezoldiging van ten minste één bestuurder moet 50.000 euro bereiken vanaf aanslagjaar 2026.
  • Forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard mogen niet meer dan 20% van de totale bezoldiging van de betrokken bestuurder bedragen.
  • Pas opgerichte vennootschappen genieten van een vrijstelling gedurende de eerste vier boekjaren voor de bezoldigingsvoorwaarde.

Het verlaagd tarief vennootschapsbelasting stelt kleine Belgische vennootschappen in staat slechts 20% vennootschapsbelasting te betalen op hun eerste schijf belastbare winst, terwijl het normale tarief 25% bedraagt. Het verschil vertegenwoordigt een maximale jaarlijkse fiscale besparing van 5.000 euro, wat voor een groeiende kmo allesbehalve verwaarloosbaar is. De voorwaarden die tegelijk vervuld moeten zijn, zijn echter streng en werden aangescherpt vanaf aanslagjaar 2026. Deze gids geeft een overzicht van de toelatingsvoorwaarden, de uitsluitingen en de gevolgen van niet-naleving.

Verlaagd tarief vennootschapsbelasting: het mechanisme en de omvang van de besparing

De Belgische vennootschapsbelasting kent twee tarieven sinds de hervorming van 2018: een normaal tarief van 25% en een verlaagd tarief van 20%, gedefinieerd in de artikelen 215 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Het verlaagd tarief geldt alleen voor de eerste schijf van 100.000 euro belastbare winst; wat boven deze drempel uitkomt, wordt altijd belast aan 25%.

20%

verlaagd tarief

op de eerste 100.000 € winst

25%

normaal tarief

op het geheel of het surplus boven 100.000 €

5.000 €

maximale besparing

per boekjaar, begrensd ongeacht de winstomvang

De maximale besparing is begrensd op 5.000 euro per jaar (5% × 100.000 €), ongeacht hoe groot de winst boven de schijf is. Voor een BV met 200.000 euro belastbare winst die aan alle voorwaarden voldoet, geeft de berekening: 20.000 euro op de eerste schijf, vervolgens 25.000 euro op het saldo, totaal 45.000 euro aan vennootschapsbelasting, tegenover 50.000 euro aan het normale tarief. Het voordeel blijft constant op 5.000 euro.

De cumulatieve voorwaarden voor het verlaagd tarief

Het tarief van 20% geldt niet automatisch voor alle kleine vennootschappen. Verschillende wettelijke voorwaarden moeten tegelijk vervuld zijn, boekjaar na boekjaar. Het ontbreken van één enkele voorwaarde leidt tot toepassing van het normale tarief van 25% op de volledige winst.

Cumulatieve voorwaarden voor het verlaagd tarief (art. 215 WIB 92)

  • Kleine vennootschap zijn in de zin van art. 1:24 WVV

    Niet meer dan één van de drie omvangsdrempels overschrijden over twee opeenvolgende boekjaren.

  • Een minimale bezoldiging toekennen aan ten minste één bestuurder

    50.000 euro bruto per jaar vanaf aanslagjaar 2026.

  • Geen beleggings-, thesaurie- of financiële vennootschap zijn

    Deze categorieën zijn uitdrukkelijk uitgesloten door de wet, ongeacht hun omvang.

  • Aandelen die hoofdzakelijk in handen zijn van natuurlijke personen

    Vennootschappen waarvan het kapitaal hoofdzakelijk in handen is van een andere vennootschap, zijn uitgesloten.

  • Geen deelnemingen aanhouden die bepaalde drempels overschrijden

    Voorwaarden gepreciseerd in art. 215, al. 2 WIB 92.

Deze voorwaarden worden boekjaar na boekjaar gecontroleerd. Een vennootschap die het voorgaande jaar van het verlaagd tarief genoot, kan dit het volgende jaar verliezen als ze een drempel overschrijdt of de aandeelhoudersstructuur wijzigt.

De kleine vennootschap in de zin van art. 1:24 WVV

Om als kleine vennootschap te worden aangemerkt, mag een vennootschap niet meer dan één van de volgende drie criteria overschrijden, beoordeeld over twee opeenvolgende boekjaren:

OmvangscriteriumDrempel om niet te overschrijden
Jaaromzet exclusief btw11.250.000 €
Balanstotaal6.000.000 €
Gemiddeld aantal werknemers in VTE50 personen
Art. 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Twee of drie criteria overschrijden gedurende twee opeenvolgende boekjaren doet de hoedanigheid van kleine vennootschap verloren gaan.

De overgrote meerderheid van de BV's en NV's die in België worden opgericht, voldoet van meet af aan aan deze drie criteria. De hoedanigheid van kleine vennootschap wordt echter elk boekjaar opnieuw beoordeeld: snelle groei kan een vennootschap naar groot formaat doen overgaan en het verlaagde tarief doen vervallen.

De bezoldigingsvoorwaarde voor de bestuurder

De meest frequent niet-vervulde voorwaarde in de praktijk is die van de minimale bezoldiging van de bestuurder. De vennootschap moet aan ten minste één van haar zaakvoerders of bestuurders een bruto jaarlijkse bezoldiging toekennen van ten minste 50.000 euro vanaf aanslagjaar 2026. Deze drempel bedroeg 45.000 euro voor voorgaande aanslagjaren.

Enkele belangrijke preciseringen:

  • De voorwaarde wordt beoordeeld per bestuurder individueel, niet door de bezoldigingen van meerdere bestuurders samen te tellen.
  • De bezoldiging omvat het basissalaris en de voordelen van alle aard. Vanaf aanslagjaar 2026 mogen forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard echter niet meer dan 20% bedragen van het totale bezoldigingspakket van de betrokken bestuurder.
  • Een tijdelijke uitzondering geldt voor pas opgerichte vennootschappen: zij zijn vrijgesteld van deze voorwaarde gedurende hun eerste vier boekjaren.
  • Wanneer de belastbare winst van de vennootschap lager is dan de bezoldigingsdrempel, wordt de voorwaarde geacht vervuld te zijn als de bezoldiging ten minste gelijk is aan de belastbare winst.

Uitgesloten vennootschappen van het verlaagd tarief

Zelfs als zij aan de omvangs- en bezoldigingsvoorwaarden voldoen, kunnen bepaalde categorieën vennootschappen niet genieten van het verlaagd tarief van 20%. De voornaamste uitsluitingen betreffen:

  • Beleggingsvennootschappen waarvan het maatschappelijk doel hoofdzakelijk bestaat in het verwerven en beheren van financiële deelnemingen.
  • Thesaurievennootschappen waarvan het actief hoofdzakelijk bestaat uit financiële beleggingen, deposito's of vorderingen.
  • Financieringsvennootschappen, vastgoedholdings en vennootschappen voor vermogensbeheer waarvan de activiteit eerder patrimoniaal dan operationeel is.
  • Vennootschappen waarvan meer dan 50% van de aandelen in handen is van één of meer vennootschappen (en niet van natuurlijke personen), wat typisch dochterondernemingen dekt die meerderheidsdeelnemingen van een moedermaatschappij zijn.

Deze uitsluitingen, gepreciseerd in art. 215, al. 2 WIB 92, zijn bedoeld om het fiscale voordeel voor te behouden aan operationele kmo's en niet aan holdingstructuren of patrimoniumvoertuigen. Een tussengeschakelde holding tussen de individuele oprichters en de operationele vennootschap kan die laatste het verlaagd tarief ontzeggen als niet aan de aandeelhoudersvoorwaarden is voldaan.

Afzonderlijke aanslag: de financiële gevolgen van niet-naleving

De afzonderlijke aanslag bedoeld in art. 219 WIB 92 is van toepassing wanneer de vennootschap de vereiste minimale bezoldiging niet toekent aan een bestuurder. Die minimale bezoldiging bedraagt 50.000 euro als de belastbare winst dat bedrag bereikt, of is gelijk aan de volledige belastbare winst als die lager is dan 50.000 euro. Ze wordt berekend op het bezoldigingstekort, dat wil zeggen op het verschil tussen dat wettelijk minimum en de effectief toegekende bezoldiging.

De financiële impact is tweeledig. Enerzijds wordt de vennootschap belast aan 25% op haar volledige winst in plaats van het verlaagd tarief te genieten op de eerste 100.000 euro. Anderzijds wordt de afzonderlijke aanslag zelf bij de fiscale last gevoegd en, als verworpen uitgave (VU), verhoogt zij mechanisch de belastbare basis voor de vennootschapsbelasting.

Voor de oprichters van een BV in België is het aangewezen om vanaf de oprichting een bezoldigingsplan voor de bestuurder op te stellen dat de drempel van 50.000 euro bruto bereikt, rekening houdend met de voordelen van alle aard en de 20%-regel. Dit wordt uitgewerkt op het niveau van het financieel plan, vóór de oprichting.

Optimaliseer de fiscaliteit van uw vennootschap vanaf de oprichting

Monsiegesocial begeleidt u bij de oprichting en domiciliering van uw vennootschap in België, twee stappen waarbij de initiële keuzes uw fiscale last rechtstreeks beïnvloeden.

Meer lezen

De vraag over het verlaagd tarief maakt deel uit van een bredere reflectie over de fiscaliteit van Belgische vennootschappen:

Veelgestelde vragen

Wat is het verlaagd tarief voor de vennootschapsbelasting in België in 2026?

Het verlaagd tarief voor de vennootschapsbelasting bedraagt 20% op de eerste schijf van 100.000 euro belastbare winst. Het surplus wordt belast aan het normale tarief van 25%. De maximale besparing bedraagt 5.000 euro per boekjaar.

Wat zijn de voorwaarden om van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting te genieten?

De vennootschap moet een kleine vennootschap zijn in de zin van art. 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, aan ten minste één bestuurder een bruto jaarlijkse bezoldiging van ten minste 50.000 euro toekennen (vanaf aanslagjaar 2026), geen beleggings- of thesaurievennootschap zijn, en haar aandelen moeten hoofdzakelijk in handen zijn van natuurlijke personen.

Hoeveel bedraagt de minimale bezoldiging van de bestuurder voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting?

Vanaf aanslagjaar 2026 bedraagt de minimale bruto jaarlijkse bezoldiging 50.000 euro voor ten minste één bestuurder. Deze drempel bedroeg 45.000 euro voor voorgaande aanslagjaren. Voordelen van alle aard die forfaitair worden gewaardeerd, mogen niet meer dan 20% van het totale bezoldigingspakket van de betrokken bestuurder bedragen.

Kan een pas opgerichte vennootschap genieten van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting?

Ja. Pas opgerichte vennootschappen zijn vrijgesteld van de voorwaarde inzake minimale bezoldiging van de bestuurder gedurende hun eerste vier boekjaren. Zij moeten echter aan alle andere toepassingsvoorwaarden voldoen om het tarief van 20% te genieten.

Wat zijn de gevolgen als een vennootschap de minimale bezoldigingsvoorwaarde niet naleeft?

Een vennootschap die de minimale bezoldigingsvoorwaarde niet naleeft, wordt belast aan het normale tarief van 25% op haar volledige winst. Zij is bovendien onderworpen aan een afzonderlijke aanslag op het bezoldigingstekort overeenkomstig art. 219 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Deze afzonderlijke aanslag is zelf een verworpen uitgave, waardoor de impact groter wordt.

Ook interessant