Monsiegesocial Logo

Bedrijfsvoorheffing op de bezoldiging van een BV-bestuurder: berekening en verplichtingen 2026

Bedrijfsvoorheffing BV-bestuurder België: schaalberekening, aangiftetermijnen, fiche 281.20 en optimalisatie van de bezoldiging. Complete gids 2026.

L

L'équipe Monsiegesocial

Gepubliceerd op 27 juillet 20269 min lezen
Geverifieerde officiële bronnen
Accountant die een rekenmachine gebruikt met financiële documenten, illustratie van de berekening van bedrijfsvoorheffing op de bezoldiging van een BV-bestuurder in België

Belangrijkste punten

  • Bedrijfsvoorheffing (BV) is een inhouding die de BV verricht op elke aan haar bestuurder betaalde bezoldiging, op grond van art. 270 van het WIB 92.
  • Ze wordt berekend volgens de progressieve schalen van Bijlage III van het KB/WIB 92 (bijgewerkt voor 2026 bij KB van 11 december 2025), met marginale tarieven van 26,75%, 42,80%, 48,15% en 53,50%.
  • Het forfait voor beroepskosten van de bestuurder bedraagt slechts 3% (jaarlijks geplafonneerd door Bijlage III van het KB/WIB 92), aanzienlijk lager dan het forfait van 30% voor werknemers.
  • De BV stort de BV uiterlijk op de 15e van de maand volgend op de periode, maandelijks of per kwartaal afhankelijk van het in het vorige jaar aangegeven BV-volume.
  • Voordelen van alle aard (bedrijfswagen, woning) zijn inbegrepen in de berekeningsbasis van de BV, naast de bezoldiging in geld.

Zodra een BV een bezoldiging betaalt aan haar bestuurder, neemt ze de rol van fiscaal inningsagent op zich: ze berekent, houdt in en stort aan de Schatkist de bedrijfsvoorheffing vóór de overschrijving de rekening van de begunstigde bereikt. Deze verplichting, vaak beschouwd als een louter administratieve formaliteit, heeft concrete gevolgen voor de liquiditeit van de vennootschap en de jaarlijkse fiscale last van de bestuurder.

Begrijpen hoe bedrijfsvoorheffing werkt voor een BV-bestuurder in België, welke vormen van bezoldiging eraan onderworpen zijn, hoe de schaal wordt berekend en welke termijnen van toepassing zijn, is de voorwaarde om boetes te vermijden en de bezoldiging doeltreffend te structureren.

Wettelijk kader: de BV als inhoudingsplichtige

Bedrijfsvoorheffing is een bronheffing op beroepsinkomsten. De inhoudings­verplichting berust op art. 270 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), dat de schuldenaars opsomt die verplicht zijn de voorheffing in te houden en door te storten. Belgische vennootschappen worden uitdrukkelijk vermeld zodra zij inkomsten betalen of toekennen die tot de betrokken categorieën behoren.

Voor een BV-bestuurder gaat het om bezoldigingen van bedrijfsleiders in de zin van art. 32 van het WIB 92. Deze bepaling kwalificeert als zodanig alle bezoldigingen, voordelen van alle aard en vergoedingen die door de vennootschap worden toegekend aan haar bestuurders, of zij nu wettelijke zaakvoerders, gedelegeerde bestuurders of volmachthebbenden zijn die een effectieve leidinggevende functie uitoefenen. Een mandaat dat kosteloos wordt uitgeoefend, zonder enig toegekend voordeel, geeft geen aanleiding tot bedrijfsvoorheffing.

Welke bezoldigingen behoren tot de berekeningsbasis?

De berekeningsbasis van de bedrijfsvoorheffing is niet beperkt tot maandelijkse geldoverschrijvingen. Art. 32 WIB 92 omvat alle voordelen die in het kader van het mandaat worden toegekend:

Inkomsten onderworpen aan bedrijfsvoorheffing van de bestuurder (art. 32 WIB 92)

  • Vaste bezoldiging in geld

    Het maandelijkse of driemaandelijkse loon dat aan de zaakvoerder wordt betaald, vastgesteld door de algemene vergadering of vastgelegd in de statuten. Vormt periodieke bezoldiging (rubriek 9a van fiche 281.20).

  • Tantièmes en variabele bezoldiging

    Bedragen onttrokken aan de winst van het boekjaar, onderworpen aan BV op het moment van hun effectieve toekenning. Niet-periodieke behandeling (rubriek 9b van fiche 281.20), berekend aan een afzonderlijk gemiddeld tarief.

  • Voordelen van alle aard (VAA)

    Een ter beschikking gestelde bedrijfswagen voor privégebruik, een door de vennootschap ter beschikking gestelde woning, maaltijdcheques boven de vrijgestelde drempel. Deze voordelen worden gewaardeerd op basis van officiële forfaits gepubliceerd door de FOD Financiën en worden opgeteld bij de brutobezoldiging voor de BV-berekening (rubriek 9c van fiche 281.20).

  • Door de vennootschap gedragen RIZIV-bijdragen

    Wanneer de BV de sociale RIZIV-bijdragen van de bestuurder ten laste neemt, wordt dit bedrag beschouwd als een voordeel en maakt het deel uit van de aan de BV onderworpen belastingbasis.

Omgekeerd behoren terugbetalingen van behoorlijk gestaafde werkelijke kosten en dividenden uitgekeerd als aandeelhouder niet tot de berekeningsbasis van art. 32 WIB 92.

De schaal 2026: progressieve tarieven en verlaagd kostenforfait

Bedrijfsvoorheffing is geen vast tarief. Ze wordt berekend aan de hand van de progressieve schalen van Bijlage III van het KB/WIB 92, bijgewerkt voor 2026 bij het koninklijk besluit van 11 december 2025 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 december 2025). Deze schalen volgen de tariefstructuur van de personenbelasting (PB), waarvan de BV slechts een voorschotinning aan de bron is.

26,75%

1e schijf

Laagste marginaal tarief (inclusief forfaitaire gemeentelijke opcentiemen van 7%)

42,80%

2e schijf

Lager intermediair marginaal tarief

48,15%

3e schijf

Hoger intermediair marginaal tarief

53,50%

Hoogste marginaal tarief

Boven de bovenste drempel van de 3e schijf

Een cruciaal punt onderscheidt de BV-berekening voor een bestuurder van die voor een werknemer: het forfait voor beroepskosten. Voor een werknemer bedraagt dit forfait 30% van de brutobezoldiging (met een jaarlijks geïndexeerd plafond). Voor een bedrijfsleider bedraagt het slechts 3% (met een aanzienlijk lager jaarlijks plafond, vastgesteld door Bijlage III). Dit verlaagde forfait betekent dat de belastbare basis van de bestuurder substantieel hoger is dan die van een werknemer met hetzelfde brutoloon, en dat hogere schijven sneller worden bereikt.

De maandelijkse berekening volgt deze stappen: annualisering van de bruto maandelijkse bezoldiging, aftrek van het beroepskostenforfait van 3%, toepassing van de progressieve schijven, rekening houdend met de belastingvrije som (die varieert naargelang de gezinssituatie), dan deling door 12 om terug te keren naar een maandbedrag. Verminderingen voor kinderen ten laste worden vervolgens op dit maandresultaat toegepast.

Stortingsverplichtingen: maandelijks of driemaandelijks stelsel

De frequentie waarmee bedrijfsvoorheffing aan de FOD Financiën wordt gestort, is niet voor alle vennootschappen gelijk. Ze hangt af van het totale BV-bedrag aangegeven in het vorige jaar.

Maandelijks stelselDriemaandelijks stelsel
VoorwaardeBV-volume gestort in jaar N-1 overschrijdt de drempel van de FOD Financiën (jaarlijks herzien)BV-volume gestort in jaar N-1 gelijk aan of lager dan de drempel van de FOD Financiën
Betalingstermijn15e van de maand volgend op de betalingsmaand15e van de maand volgend op het einde van het kwartaal
Frequentie FinProf-aangifteMaandelijksDriemaandelijks
AangiftekanaalFinProf (verplicht sinds 2009)FinProf (verplicht sinds 2009)
Bron: FOD Financiën (finances.belgium.be). De drempel die de twee stelsels onderscheidt, wordt jaarlijks geïndexeerd en gepubliceerd in de officiële BV-kalender.

De storting gebeurt per bankoverschrijving op de inningsrekening van de FOD Financiën (IBAN BE85 6792 0036 3806) met de toepasselijke gestructureerde mededeling. De periodieke aangifte wordt online ingediend via FinProf, de e-servicetoepassing van de FOD Financiën voor bedrijfsvoorheffing. Papieren aangiften vereisen een formele vrijstelling van het bevoegde KMO-Centrum.

Een belangrijke regel: de BV moet op het moment van elke toekenning worden ingehouden en gestort, niet gecumuleerd op jaareinde. Maandelijkse bezoldigingen toekennen en de BV pas jaarlijks doorstorten stelt de BV bloot aan nalatigheidsintresten.

Begeleiding voor uw BV in België

Monsiegesocial begeleidt BV-zaakvoerders bij domiciliëring van vennootschappen, oprichting van vennootschappen en administratief beheer in België.

Fiche 281.20 en opgave 325.20: jaarlijkse verplichtingen

Naast de periodieke stortingen is de BV verplicht de aan elke bestuurder betaalde bezoldigingen jaarlijks aan te geven. Deze verplichting bestaat uit twee aanvullende documenten.

De individuele fiche 281.20 wordt opgemaakt voor elke bestuurder die in de loop van het boekjaar een bezoldiging heeft ontvangen. Ze vermeldt, in drie afzonderlijke rubrieken, alle betaalde bedragen en toegekende voordelen:

  • Rubriek 9a: periodieke bezoldigingen (maandloon, terugkerende voordelen van alle aard)
  • Rubriek 9b: niet-periodieke bezoldigingen (tantièmes, presentiegelden, jaarlijkse premies, ontslagvergoedingen)
  • Rubriek 9c: voordelen van alle aard en door de vennootschap gedragen RIZIV-bijdragen

De samenvattende opgave 325.20 bundelt alle door de vennootschap voor het boekjaar opgemaakte fiches 281.20. Beide documenten worden ingediend via Belcotax-on-Web uiterlijk op 1 maart van het jaar volgend op het boekjaar. Een kopie van de fiche 281.20 wordt aan elke bestuurder overhandigd zodat hij ze kan gebruiken voor het invullen van zijn jaarlijkse aangifte in de personenbelasting.

De nauwkeurigheid van fiche 281.20 is een belangrijk compliancepunt: elke bezoldiging of voordeel dat niet op de fiche is aangegeven maar bij een controle wordt getraceerd, kan worden onderworpen aan een afzonderlijke aanslag van 100%, onafhankelijk van de door de bestuurder verschuldigde personenbelasting.

Bezoldiging of dividenden: het juiste evenwicht voor de BV-bestuurder

De bezoldigingsstructuur van een BV-bestuurder is niet louter een fiscale keuze: ze bepaalt de sociale rechten, de aftrekbaarheid binnen de vennootschap en de globale belastingdruk op inkomsten. Een bestuurder kan, afhankelijk van zijn situatie, bezoldiging en dividenden combineren.

Een vaak onderschat punt: om te genieten van het verlaagde vennootschapsbelastingtarief van 20% op de eerste schijf belastbare winst (momenteel tot 100.000 euro), moet de BV onder meer aan minstens één van haar bestuurders een jaarlijkse bezoldiging uitkeren die een bij wet vastgesteld minimumdempel bereikt (art. 215 WIB 92). Deze drempel bepaalt concreet het minimale bezoldigingsniveau dat moet worden voorzien, ongeacht de aantrekkelijkheid van dividenden.

Raadpleging van een belastingadviseur of erkend boekhouder is noodzakelijk om het optimale evenwicht te bepalen tussen bezoldiging (onderworpen aan progressieve BV maar aftrekbaar voor de BV en genererend voor sociale rechten) en dividenden (onderworpen aan roerende voorheffing, niet-aftrekbaar, maar mogelijk belast aan een verlaagd tarief via VVPRbis of liquidatiereserve).

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Moet een BV altijd bedrijfsvoorheffing inhouden op de bezoldiging van de bestuurder?

Ja, zodra de BV een bezoldiging betaalt of toekent in de zin van art. 32 van het WIB 92 aan haar bestuurder, is zij verplicht bedrijfsvoorheffing in te houden en door te storten aan de FOD Financiën. Deze verplichting vloeit voort uit art. 270 van het WIB 92. Als de bestuurder uitsluitend dividenden ontvangt als aandeelhouder, zonder enige bezoldiging in de zin van art. 32 WIB 92, is de bedrijfsvoorheffing niet van toepassing: de roerende voorheffing is dan van toepassing op de uitkeringen.

Hoe wordt de bedrijfsvoorheffing op de bezoldiging van een BV-bestuurder berekend?

De bedrijfsvoorheffing wordt berekend aan de hand van de progressieve schalen van Bijlage III van het KB/WIB 92, die jaarlijks worden bijgewerkt. Voor 2026 zijn de marginale tarieven 26,75%, 42,80%, 48,15% en 53,50% (federale tarieven met een forfaitaire gemeentelijke opcentiemen van 7%). De berekening vertrekt van de geannualiseerde bruto maandelijkse bezoldiging, trekt de forfaitaire beroepskosten van de bestuurder (3%, geplafonneerd) af, en past vervolgens de progressieve schijven toe rekening houdend met de gezinssituatie. De FOD Financiën stelt een online simulator ter beschikking.

Binnen welke termijn moet de BV de bedrijfsvoorheffing doorstorten?

De storting moet uiterlijk op de 15e van de maand volgend op de referentieperiode plaatsvinden. In het maandelijkse stelsel (voor vennootschappen waarvan het in het vorige jaar doorgestorte bedrijfsvoorheffing de drempel van de FOD Financiën overschrijdt) moet de storting plaatsvinden op de 15e van de maand volgend op de betalingsmaand. In het kwartaalstelsel (voor vennootschappen die onder de drempel blijven) moet de storting plaatsvinden op de 15e van de maand volgend op het einde van het kwartaal. De periodieke aangifte gebeurt online via FinProf.

Welke vormen van bezoldiging van de bestuurder zijn onderworpen aan bedrijfsvoorheffing?

Alle bezoldigingen in de zin van art. 32 van het WIB 92 zijn onderworpen: vaste bezoldiging in geld, tantièmes, voordelen van alle aard (bedrijfswagen, woning, maaltijdcheques boven de vrijgestelde drempel), variabele bezoldiging. Dividenden uitgekeerd als aandeelhouder vallen niet onder art. 32 WIB 92 en zijn onderworpen aan roerende voorheffing, niet aan bedrijfsvoorheffing.

Welke fiscale fiches moet de BV opmaken voor de bestuurder?

De BV maakt een individuele fiche 281.20 op voor elke bestuurder die in de loop van het boekjaar een bezoldiging heeft ontvangen. Deze fiche vermeldt de betaalde brutobedragen (rubriek 9a voor periodieke bezoldiging, rubriek 9b voor niet-periodieke inkomsten zoals tantièmes, rubriek 9c voor voordelen van alle aard en RIZIV-bijdragen betaald door de vennootschap), de ingehouden bedrijfsvoorheffing en eventuele door de vennootschap gedragen socialezekerheidsbijdragen. Ze wordt ingediend via Belcotax-on-Web vóór 1 maart van het volgende jaar, samen met de samenvattende opgave 325.20.

Is de bedrijfsvoorheffing verrekenbaar met de personenbelasting van de bestuurder?

Ja, de ingehouden bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de personenbelasting (PB) van de bestuurder. Ze is volledig verrekenbaar met het verschuldigde bedrag aan PB bij de jaarlijkse belastingaangifte. Als de ingehouden voorheffing onvoldoende blijkt om de definitieve PB te dekken, met name bij niet-periodieke bezoldigingen of meerdere inkomstenbronnen, wordt de bestuurder geconfronteerd met een vermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen. Om deze vermeerdering te vermijden, kan hij kwartaalgewijze voorafbetalingen doen (VA1 tot VA4).

Ook interessant