Belangrijkste punten
- Drie cumulatieve voorwaarden maken een kost aftrekbaar: verband met de activiteit, gedaan tijdens het belastbaar tijdperk en gestaafd door een bewijsstuk (art. 49 WIB 1992).
- Zakenlunches zijn voor 69% aftrekbaar (art. 66bis WIB 1992); receptiekosten, catering en relatiegeschenken voor 50%.
- In 2026 zijn wagens met verbrandingsmotor besteld vanaf 1 januari niet langer aftrekbaar; elektrische blijven aan 100% indien besteld vóór eind 2026.
- Een BV die aan de voorwaarden voldoet, kan genieten van een VenB-tarief van 20% op de eerste €100.000 winst, tegenover 25% aan het normale tarief.
Elke bestuurder van een BV stelt zich vroeg of laat dezelfde vraag: welke kost mag als last passeren en welke riskeert te worden verworpen bij een controle? De aftrekbare kosten voor een BV worden geregeld door het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), dat algemene voorwaarden oplegt die gelden voor alle categorieën en specifieke tarieven voor bepaalde gevoelige posten. Inzicht in deze regels vermijdt zowel de onderaftrek (opgeblazen belastbare grondslag) als de fiscale rechtzetting (slecht gestaafde lasten).
Dit artikel overloopt de regels die in 2026 van toepassing zijn: de algemene aftrekvoorwaarden, de tarieven voor maaltijden en recepties, de nieuwe regeling voor bedrijfswagens en de belangrijkste dagelijkse posten. Een slotpunt over het verlaagd VenB-tarief laat toe de concrete impact van elke euro aanvaarde last te meten.
De drie voorwaarden van een aftrekbare kost
Artikel 49 van het WIB 1992 is de toegangspoort tot elke kostenaftrek voor een Belgische vennootschap. Het legt drie cumulatieve voorwaarden op.
Eerste voorwaarde: de kost moet verband houden met de beroepsactiviteit. Het verband tussen de uitgave en het maatschappelijk doel van de BV moet aantoonbaar zijn. Een lunch met een prospect is dat. Een familiemaaltijd die buiten elke professionele context plaatsvindt, niet. Het verband hoeft niet rechtstreeks te zijn, maar het moet bestaan en verantwoord kunnen worden door de aard van de activiteit.
Tweede voorwaarde: de kost moet gedaan zijn tijdens het belastbaar tijdperk. Een factuur met betrekking tot een vorig boekjaar kan niet worden afgetrokken van het resultaat van het lopende boekjaar. De datum van het bewijsstuk moet samenvallen met het aangegeven tijdperk.
Derde voorwaarde: de kost moet gestaafd zijn door een bewijsstuk. Een originele factuur, een kasticket, een interne onkostennota: elk gedateerd en ondertekend document volstaat, op voorwaarde dat het de dienstverlener, de aard van de kost en het bedrag ervan identificeert. Voor maaltijdkosten versterkt een bijkomend document met de naam van de gesprekspartner en het doel van de vergadering het bewijs van het professionele karakter.
Deze drie voorwaarden gelden voor alle categorieën van kosten. De aftrekpercentages die volgen, komen daar bovenop: zelfs een kost die theoretisch voor 100% aftrekbaar is, wordt verworpen als hij niet aan deze basisvoorwaarden voldoet.
Zakenlunches en receptiekosten
Uitgaven voor maaltijden en professionele evenementen zijn niet voor 100% aftrekbaar. Het WIB 1992 onderscheidt twee categorieën met verschillende plafonds.
zakenlunches aftrekbaar
art. 66bis WIB 1992
receptiekosten en geschenken
toepasselijke wettelijke grens
Een zakenlunch in een restaurant met een klant, een leverancier of een prospect is voor 69% aftrekbaar op het niveau van de vennootschap (art. 66bis WIB 1992). De btw op dit soort kosten is nooit aftrekbaar, zelfs niet voor een btw-plichtige vennootschap. Het niet-aftrekbare deel (31%) vormt een niet-aftrekbare uitgave (NAU) die wordt toegevoegd aan de belastbare grondslag voor de VenB. Voor beide categorieën wordt het bedrag voor de berekening van de aftrek begrepen inclusief btw, aangezien die btw niet recupereerbaar is.
Receptiekosten, cateringkosten, zaalhuur voor bedrijfsevenementen en relatiegeschenken zijn beperkt tot 50%. Dit tarief geldt eveneens voor intern georganiseerde maaltijden (seminarie met catering, teamvergadering met besteld eten) zonder aanwezige klant of leverancier.
Kosten van de bedrijfswagen in 2026
De aftrekbaarheid van bedrijfswagens werd structureel hervormd door de wet van 25 november 2021 betreffende de fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit. In 2026 brengt het uitdoofscenario voor verbrandingsmotoren zijn meest zichtbare gevolgen teweeg.
| Verbrandingsmotor (vóór 1/1/2026) | Verbrandingsmotor (vanaf 1/1/2026) | Elektrisch (vóór 31/12/2026) | |
|---|---|---|---|
| Fiscale aftrekbaarheid 2026 | 50% | 0% | 100% |
| Fiscale aftrekbaarheid 2027 | 25% | 0% | 95% |
| Fiscale aftrekbaarheid 2028 | 0% | 0% | 90% |
| Recupereerbare btw (gemengd gebruik) | 50% max | 50% max | 50% max |
Een voertuig met verbrandingsmotor besteld vóór 1 januari 2026 geniet een overgangsregeling: 50% aftrekbaarheid in 2026, daarna 25% in 2027 en 0% vanaf 2028. Een voertuig met verbrandingsmotor besteld vanaf 1 januari 2026 opent geen enkel recht meer op fiscale aftrek op het niveau van de vennootschap.
Volledig elektrische wagens besteld vóór 31 december 2026 blijven integraal aftrekbaar aan 100%. Vanaf 2027 zal dit tarief geleidelijk beginnen dalen (95% in 2027, 90% in 2028). Een bestelling geplaatst vóór eind 2026 verzekert dus de maximale aftrekbaarheid voor de volledige fiscale levensduur van het voertuig.
De btw op voertuigen gebruikt voor gemengde doeleinden (professioneel en privé) blijft beperkt tot 50%, ongeacht de motorisering.
Kantoor, telefoon en courante kosten
Verschillende dagelijkse posten zijn voor 100% aftrekbaar voor zover de drie voorwaarden van art. 49 WIB 1992 vervuld zijn. Het zijn de meest voorkomende kosten in het leven van een BV, en die het vaakst slecht gedocumenteerd zijn.
Belangrijkste courante kosten aftrekbaar aan 100%
Informaticamateriaal en software
Afgeschreven over de normale gebruiksduur, of in één keer afgetrokken als het bedrag niet significant is.
Professionele abonnementen en opleidingen
Softwarelicenties, abonnementen op vaktools, opleidingskosten van de bestuurder of het personeel.
Beroepsverplaatsingen
Openbaar vervoer, taxi's en treintickets voor klantenafspraken, met uitzondering van de bedrijfswagen die onder de specifieke regels hierboven valt.
Telefoon en internetverbinding
Professioneel deel van de factuur, geschat en gedocumenteerd door een beredeneerde interne nota.
Thuiskantoor
Deel berekend naar verhouding van de oppervlakte gewijd aan de activiteit tot de totale oppervlakte van de woning.
Beroepsverzekeringen
Beroepsaansprakelijkheid, rechtsbijstand en verzekeringen specifiek voor de activiteit van de vennootschap.
Voor telefoon en internet stemt het aftrekbare deel overeen met het werkelijke professionele gebruik. Een bestuurder die zijn mobiel abonnement voor 80% voor zijn activiteit gebruikt, trekt 80% van de factuur af. Het is niet nodig om elke oproep te registreren: een gedocumenteerde en redelijke schatting volstaat, controleerbaar bij een controle.
Het thuiskantoor volgt dezelfde logica: de BV kan de bestuurder een deel van de woonkosten terugbetalen (huur of huurwaarde, energie, onroerende voorheffing) in verhouding tot de oppervlakte gewijd aan de beroepsactiviteit ten opzichte van de totale oppervlakte. Deze terugbetaling is aftrekbaar op het niveau van de vennootschap op voorwaarde dat ze gedocumenteerd is, consistent wordt toegepast en redelijk is in verhouding tot de werkelijke afmetingen van de woning.
Optimaliseer de fiscaliteit van uw BV
Monsiegesocial begeleidt BV-bestuurders bij domiciliëring, vennootschapsoprichting en de structurering van hun activiteit.
VenB-tarief en netto fiscale winst
Het concrete effect van een aftrekbare kost hangt af van het belastingtarief waaraan de vennootschap onderworpen is. In België wordt de vennootschapsbelasting (VenB) op twee niveaus toegepast.
Het normale tarief bedraagt 25%. Voor kleine vennootschappen in de zin van art. 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) geldt een verlaagd tarief van 20% op de eerste schijf van €100.000 belastbare winst. Boven deze drempel herneemt het tarief van 25%.
Om vanaf aanslagjaar 2026 toegang te krijgen tot het verlaagd tarief, moeten drie bijkomende voorwaarden vervuld zijn. De bestuurder moet een brutojaarvergoeding van ten minste €50.000 ontvangen (de voorwaarde wordt geacht vervuld te zijn als de vergoeding minstens gelijk is aan het belastbaar resultaat van de vennootschap, zelfs onder de drempel). Voordelen van alle aard mogen niet meer dan 20% van die vergoeding bedragen. Startende vennootschappen genieten een vrijstelling tijdens hun eerste vier boekjaren. De meerderheid van de aandelen moet in handen zijn van natuurlijke personen, en de vennootschap mag geen financiële holding zijn waarvan de aandelenbeleggingen meer dan 50% van het gestort kapitaal bedragen.
De fiscale winst van een aftrekbare kost bedraagt dus 20 cent per euro voor een vennootschap aan het verlaagd tarief, en 25 cent voor een vennootschap aan het normale tarief. Op een belastbare grondslag van €100.000 vertegenwoordigt het verschil tussen de twee tarieven €5.000 VenB per jaar. Een nauwgezet beheer van de aanvaarde lasten beïnvloedt dit resultaat rechtstreeks.
Om te begrijpen hoe de belastbare grondslag, de voorafbetalingen en de beschikbare fiscale voordelen worden berekend, stelt ons artikel over de vennootschapsbelasting in België het volledige mechanisme voor.
Verder lezen
- Een BV oprichten in België: de essentiële stappen, om uw vennootschap vanaf de oprichting goed te structureren
- De vennootschapsbelasting in België, om de berekening van de belastbare grondslag en de voorafbetalingen te begrijpen
- Het financieel plan van een BV, het onmisbare instrument om kosten en rentabiliteit vanaf de oprichting in te schatten
- FOD Financiën: vennootschapsbelasting, officiële bron voor de geldende formulieren en circulaires


