Belangrijkste punten
- Het normale tarief van de vennootschapsbelasting (VenB) bedraagt 25% op de volledige belastbare winst.
- Kleine vennootschappen genieten een verlaagd tarief van 20% op de eerste €100.000 winst.
- Since aanslagjaar 2026 moet de minimumvergoeding van een bestuurder €50.000 bruto bedragen om recht te hebben op het verlaagd tarief.
- Driemaandelijkse voorafbetalingen zijn verplicht: onvoldoende betalingen leiden tot een vermeerdering van 6,75%.
- De belastbare grondslag vertrekt van het boekhoudkundig resultaat, gecorrigeerd door niet-aftrekbare uitgaven en fiscale aftrekken.
De vennootschapsbelasting (VenB) treft de winsten van Belgische ingezetene vennootschappen: BV's, NV's, CV's en de meeste andere rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid. Since aanslagjaar 2021 (inkomsten 2020) bedraagt het normale tarief 25%, en geldt een verlaagd tarief van 20% op de eerste €100.000 voor kleine vennootschappen die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Deze gids bespreekt de tarieven, de toegangscriteria voor het verlaagd tarief, de opbouw van de belastbare grondslag en het mechanisme van de driemaandelijkse voorafbetalingen.
De tarieven van de vennootschapsbelasting in België
De VenB kent twee tarieven, van toepassing naargelang de grootte van de vennootschap en de naleving van precieze voorwaarden.
normaal tarief
op de volledige belastbare winst
verlaagd tarief kmo's
op de eerste €100.000 winst
drempel verlaagde schijf
daarboven: 25% op het surplus
Het verlaagd tarief is niet automatisch van toepassing op alle kleine vennootschappen. De vennootschap moet voldoen aan een reeks cumulatieve wettelijke voorwaarden, bepaald in de artikelen 215 e.v. van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Wanneer ook maar één voorwaarde ontbreekt, is het tarief van 25% van toepassing op de volledige winst.
Verlaagd tarief van 20%: wie kan ervan genieten
De eerste voorwaarde is een kleine vennootschap zijn in de zin van artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). Een vennootschap is klein als ze niet meer dan één van de volgende drie criteria overschrijdt, beoordeeld over twee opeenvolgende boekjaren:
Criteria kleine vennootschap (art. 1:24 WVV)
Jaaromzet excl. btw minder dan €11,25 miljoen
Balanstotaal minder dan €6 miljoen
Gemiddeld aantal werknemers minder dan 50 voltijdse equivalenten
De overgrote meerderheid van nieuw opgerichte BV's en NV's voldoet direct aan deze criteria. Klein zijn is noodzakelijk maar niet voldoende: andere voorwaarden komen erbij.
De voornaamste uitsluitingen van het verlaagd tarief betreffen investerings-, thesaurie- en financiële vennootschappen, alsook vennootschappen waarvan de aandelen in meerderheid door een andere vennootschap worden gehouden in plaats van door natuurlijke personen. Deze uitsluitingen worden per boekjaar gecontroleerd.
De voorwaarde inzake bezoldiging van de bestuurder
De meest gebruikelijk niet-vervulde voorwaarde is die van de minimumbezoldiging van de bestuurder. De vennootschap moet aan ten minste één van haar bestuurders een brutojaarvergoeding toekennen van ten minste €50.000 (since aanslagjaar 2026, tegenover €45.000 vroeger).
Deze minimumbezoldiging wordt individueel beoordeeld: de som van de bezoldigingen van meerdere bestuurders kan niet in de plaats treden van de voorwaarde dat één bestuurder de drempel bereikt.
Since aanslagjaar 2026 geldt een aanvullende regel: forfaitaire voordelen van alle aard (bedrijfswagen, ter beschikking gesteld logement, opties op aandelen forfaitair gewaardeerd) mogen niet meer dan 20% van het globale verloningspakket van de betrokken bestuurder bedragen.
Als de bezoldiging van de bestuurder onder de drempel blijft terwijl de winst van de vennootschap die overschrijdt, verliest de vennootschap het verlaagd tarief op haar volledige winst en wordt er bovendien een afzonderlijke niet-aftrekbare bijdrage op het bezoldigingstekort toegepast. De financiële impact is dus dubbel.
De belastbare grondslag opbouwen: van boekhoudkundig resultaat naar fiscale winst
De VenB treft niet het bruto boekhoudkundig resultaat zoals het uit de jaarrekening blijkt. De belastbare grondslag wordt verkregen na een reeks fiscale aanpassingen.
| Beschrijving | |
|---|---|
| Vertrekpunt | Boekhoudkundig resultaat vóór belastingen |
| + Niet-aftrekbare uitgaven (NAU) | Geboekte lasten die fiscaal niet aftrekbaar zijn (boetes, 50% van receptiekosten, privé-uitgaven...) |
| + Abnormale of goedgunstige voordelen | Voordelen toegekend zonder tegenprestatie aan verbonden derden |
| - Definitief belaste inkomsten (DBI) | 95% van ontvangen dividenden van kwalificerende dochterondernemingen |
| - Investeringsaftrek (IA) | Op bepaalde bedrijfsactiva verworven tijdens het boekjaar |
| - Vroegere fiscale verliezen | Verliezen van vorige boekjaren vooruitgedragen |
| = Belastbare winst | Grondslag waarop de VenB wordt berekend aan het toepasselijke tarief |
Niet-aftrekbare uitgaven (NAU) vormen in de praktijk de meest voorkomende aanpassing. Ze omvatten alle lasten die het boekhoudkundig resultaat hebben verlaagd maar die de belastingwet weigert als aftrekbaar te beschouwen: belastingboetes en -sancties, een deel van restaurantkosten, uitgaven zonder verband met de beroepsactiviteit, of rente op bepaalde leningen tussen verbonden vennootschappen aan abnormale tarieven.
De aftrek voor definitief belaste inkomsten (DBI) vermijdt de economische dubbele belasting op dividenden uitgekeerd door een dochteronderneming: als de dochteronderneming al VenB heeft betaald op haar winst, kan de moedervennootschap 95% van de ontvangen dividenden aftrekken van haar eigen belastbare grondslag.
De driemaandelijkse voorafbetalingen: de vermeerdering van 6,75% vermijden
Elke Belgische vennootschap is in principe verplicht driemaandelijkse voorafbetalingen te doen op de VenB die ze verwacht verschuldigd te zijn. Het ontbreken of de ontoereikendheid van voorafbetalingen leidt tot een vermeerdering van 6,75% berekend op het verschuldigde VenB-bedrag voor het boekjaar. Deze vermeerdering is zelf een niet-aftrekbare uitgave, wat haar reële impact vergroot.
Voor aanslagjaar 2027 (inkomsten van jaar 2026) zijn de vier vervaldata:
- 1
Eerste voorafbetaling
10 april 2026Bonificatie van 9% van het betaalde bedrag, die de potentiële vermeerdering vermindert.
- 2
Tweede voorafbetaling
10 juli 2026Bonificatie van 7,50% van het betaalde bedrag.
- 3
Derde voorafbetaling
12 oktober 2026Bonificatie van 6% van het betaalde bedrag.
- 4
Vierde voorafbetaling
21 december 2026Bonificatie van 4,50% van het betaalde bedrag. Laatste voorafbetaling van het boekjaar.
Het systeem werkt via verrekening: de bonificaties gegenereerd door de betalingen neutraliseren de theoretische vermeerdering van 6,75%. Een vennootschap die voldoende vroeg en in voldoende mate voorafbetalingen doet, ondergaat geen vermeerdering.
Nieuw opgerichte vennootschappen zijn vrijgesteld van de vermeerdering tijdens hun eerste drie boekjaren: ze kunnen de belastingafrekening afwachten zonder straf te ondergaan, wat welkome soepelheid biedt in de opstartfase.
Voorafbetalingen worden gedaan via MyMinfin of per overschrijving op de inzamelrekening van de FOD Financiën, met gestructureerde mededeling. Actuele informatie over bedragen en termijnen is beschikbaar op finances.belgium.be.
Praktische berekening: normaal tarief versus verlaagd tarief
Beschouw een BV waarvan de belastbare winst voor het boekjaar €120.000 bedraagt. Ze voldoet aan alle voorwaarden voor het verlaagd tarief. Hier is het verschil:
| Normaal tarief (25%) | Verlaagd tarief kmo's | |
|---|---|---|
| Schijf €0 tot €100.000 | €25.000 | €20.000 |
| Schijf €100.001 tot €120.000 | €5.000 | €5.000 |
| Totale VenB | €30.000 | €25.000 |
| Gerealiseerde besparing | €5.000 |
De maximale besparing bedraagt €5.000 per boekjaar (5% op €100.000). Ze blijft constant ongeacht de winst boven €100.000, aangezien de bovenste schijf altijd aan 25% wordt belast.
Om van deze besparing te genieten, moet de brutobezoldiging van de bestuurder €50.000 bedragen. Als u overweegt een BV op te richten in België, voorkomt het integreren van deze parameter in uw verloningsplan bij de oprichting dat u de structuur in de loop van het boekjaar moet aanpassen.
De fiscaliteit van uw Belgische vennootschap optimaliseren
Monsiegesocial begeleidt u bij de oprichting en domiciliëring van uw vennootschap, twee stappen die uw fiscale situatie rechtstreeks beïnvloeden.
Meer informatie
Inzicht in de VenB is onlosmakelijk verbonden met de andere fiscale verplichtingen van een Belgische vennootschap:
- Btw voor zelfstandigen in België: drempels, vrijstelling en verplichtingen: het door u gekozen btw-stelsel beïnvloedt de boekhouding en de aftrekbare lasten.
- Een BV oprichten in België: stappen, kosten en termijnen: de juiste juridische structuur kiezen is de eerste beslissing die uw belastingdruk bepaalt.
- Financieel plan van een BV: waarvoor dient het en hoe stelt u het op: het verplichte financieel plan bij de oprichting anticipeert op de eerste boekjaren en dus op de eerste VenB-bedragen.


