Belangrijkste punten
- De meerwaardebelasting van 10% op financiële activa geldt sinds 1 januari 2026, op basis van de wet van 6 april 2026 (B.S., 21 april 2026).
- Een jaarlijkse vrijstelling van 10 000 euro per natuurlijke persoon vermindert de belastbare grondslag; ongebruikte vrijstellingen stapelen op tot maximaal 15 000 euro.
- Drie regimes bestaan naast elkaar: 10% voor gewoon privé aangehouden activa, een progressieve schaal voor aanzienlijke deelnemingen (20% of meer) en 33% voor vervreemding aan gecontroleerde entiteiten.
- Sinds 1 juni 2026 is inhouding aan de bron door de financiële tussenpersoon het standaardmechanisme; meerwaarden van 1 januari tot 31 mei 2026 kunnen vóór 31 augustus 2026 vrijwillig worden betaald.
- Latente winsten van vóór 31 december 2025 zijn volledig vrijgesteld via het referentiewaardemechanisme.
De meerwaardebelasting op financiële activa is een van de meest ingrijpende belastinghervormingen van de Arizona-regering in België. Aangenomen op 3 april 2026 door de Kamer en afgekondigd op 6 april 2026 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 april 2026), is ze met terugwerkende kracht van toepassing op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Of u nu particulier, privébelegger, zelfstandige of vertegenwoordiger van een vzw bent, deze gids legt het precieze toepassingsgebied, de drie belastingregimes, de vrijstellingen en de nog openstaande praktische termijnen in juli 2026 uit.
Welke activa vallen onder het toepassingsgebied van de belasting
De wet organiseert de betrokken activa in vier categorieën. Elke categorie omvat afzonderlijke producten, en de uitsluitingen zijn even nauwkeurig omschreven als het toepassingsgebied.
Categorieën van betrokken financiële activa
Aandelen, deelbewijzen en deelnemingen
Beursgenoteerd of niet, privé aangehouden in een verhouding van minder dan 20% van de vennootschap (daarboven: zie het regime voor aanzienlijke deelnemingen).
Obligaties en schuldtitels
Overheids-, bedrijfs- of gestructureerde obligaties, alsook vastrentende instrumenten uitgegeven in België of in het buitenland.
ETF's, opties, warrants en afgeleide instrumenten
Beursgenoteerde indexfondsen, optiecontracten, warrants, futures, CFD's en emissierechten.
Cryptoactiva
Cryptomunten, stablecoins, utility tokens en bepaalde NFT's bestemd voor betaling of belegging, in de zin van EU-verordening MiCA (EU 2023/1114).
Levensverzekeringscontracten en kapitalisatiecontracten
Takken 21 (gegarandeerde rente), 22, 23 (aan fondsen gekopperd), 26 en 44, alsook hun buitenlandse equivalenten. Uitgesloten: groepsverzekering (pijler 2) en pensioensparen (pijler 3).
Deviezen en beleggingsedelmetalen
Wisselkoersmeerwaarden op buitenlandse valuta en beleggingsgoud (zuiverheid 995/1000 of 24 karaat).
Onroerend goed, kunstwerken, juwelen, antiquiteiten en pensioenplannen van pijlers 2 en 3 zijn expliciet uitgesloten. Meerwaarden die worden gerealiseerd in een gebruikelijke beroepsmatige of speculatieve context blijven belast volgens de bestaande regels van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), los van deze belasting.
Drie regimes naargelang de aard van de vervreemding
De wet creëert geen enkel tarief: ze onderscheidt drie regimes naargelang de band tussen de verkoper en de vennootschap waarvan de effecten worden vervreemd.
| Toepasselijk tarief | Voornaamste voorwaarden | |
|---|---|---|
| Algemeen regime | 10% (vast tarief) | Financiële activa privé aangehouden, deelneming minder dan 20% |
| Aanzienlijke deelneming (≥ 20%) | Progressieve schaal 0% tot 10% | Bezit van 20% of meer van de rechten in een vennootschap, vrijstelling van 1 000 000 euro over 5 jaar |
| Interne vervreemding | 33% | Verkoop aan een entiteit gecontroleerd door de verkoper of diens verwanten tot de 2e graad, geen vrijstelling |
Het regime van 10% is van toepassing op de grote meerderheid van particulieren en zelfstandigen die een privéportefeuille beheren. Het regime voor aanzienlijke deelnemingen richt zich op de ondernemer die zijn eigen vennootschap verkoopt: de vrijstelling van een miljoen euro over vijf jaar is bedoeld om de verkoop van een familiaal kmo niet te bestraffen. Het tarief van 33% voor interne vervreemdingen heeft een antimisbruikdoelstelling: het voorkomt dat de belasting wordt omzeild door activa te verkopen aan een vennootschap die men zelf controleert.
Jaarlijkse vrijstelling en gedeeltelijke overdracht
In het algemeen regime (10%) wordt de belastbare grondslag verminderd met een persoonlijke vrijstelling.
jaarlijkse vrijstelling
per natuurlijke persoon, geïndexeerd
jaarlijkse overdracht
per jaar zonder vervreemding, tot 15 000 €
maximale gecumuleerde vrijstelling
absoluut plafond op de totale overgedragen vrijstelling
De vrijstelling is van toepassing op het jaarlijks nettosaldo: totale meerwaarden minus verliezen gerealiseerd in hetzelfde jaar en onder hetzelfde regime. Transactiekosten (makelaarscommissies, bewaarkosten) zijn niet aftrekbaar. Een negatief nettosaldo na verrekening van de verliezen van het jaar vervalt bij het einde van het belastbaar tijdperk, zonder overdracht.
Gehuwden en wettelijk samenwonenden ontvangen elk hun eigen vrijstelling van 10 000 euro, dus 20 000 euro gecombineerd, en tot 30 000 euro als beide partners de volledige overdracht hebben opgebouwd.
Historische meerwaarden: het referentiewaardemechanisme van 31 december 2025
Financiële activa aangehouden vóór 1 januari 2026 profiteren van een essentieel overgangsregime: de waarde op 31 december 2025 vervangt de historische aanschaffingsprijs als fiscale referentiewaarde. Meerwaarden die vóór die datum zijn opgebouwd, zijn dus volledig vrijgesteld.
Concreet: als u in 2019 aandelen hebt gekocht en ze in 2026 vervreemdt, is alleen de waardestijging gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 opgenomen in de belastbare grondslag. Het deel dat overeenstemt met de waardestijging tussen 2019 en 31 december 2025 blijft vrijgesteld.
Een bijzonder geval betreft activa waarvan de waarde op 31 december 2025 lager was dan de aanschaffingsprijs ("under water"-activa): de belastingplichtige kan tot 31 december 2030 kiezen om de oorspronkelijke aanschaffingsprijs te gebruiken in plaats van de referentiewaarde, mits hij dit kan bewijzen en aangeeft in zijn aangifte in de personenbelasting.
Voor nieuwe Belgische fiscale inwoners die zich na 1 januari 2026 in België vestigen, is de referentiewaarde de marktwaarde op de datum van vestiging van de Belgische fiscale woonplaats: er is geen belasting op vóór de aankomst opgebouwde meerwaarden.
Aangifte en inhouding: opt-in of opt-out
De inning van de belasting berust op een tweeoptiestelsel, geregeld bij het koninklijk besluit van 18 mei 2026.
- 1
1 januari 2026: belasting treedt in werking
VerledenMeerwaarden gerealiseerd vanaf deze datum zijn belastbaar. Tijdens de overgangsperiode (januari tot mei 2026) werd geen bronheffing ingehouden door financiële tussenpersonen, bij gebrek aan gepubliceerde rechtsgrondslag.
- 2
31 mei 2026: termijn om opt-out te kiezen voor 2026
VerledenBelastingplichtigen die hun aangifte zelf wilden beheren (opt-out), moesten hun Belgische bank of makelaar vóór deze datum in kennis stellen. Na deze termijn is het standaardmechanisme (opt-in) automatisch van toepassing voor de rest van het jaar.
- 3
1 juni 2026: start van de bronheffing (opt-in als standaard)
Van krachtBelgische financiële tussenpersonen houden automatisch 10% in op elke gerealiseerde meerwaarde. De inhouding is bevrijdend: er is geen bijkomende aangifte in de personenbelasting vereist voor die meerwaarden. De belastingplichtige kan evenwel een aangifte indienen om een eventueel te veel ingehouden bedrag terug te krijgen (vrijstelling, verliezen).
- 4
31 augustus 2026: vrijwillige betaling voor de overgangsperiode
AankomendMeerwaarden gerealiseerd tussen 1 januari en 31 mei 2026 (de periode zonder automatische inhouding) kunnen vóór deze datum vrijwillig worden betaald, en de opt-out voor meerwaarden van 1 juni tot 1 september 2026 kan nog worden uitgeoefend.
- 5
1 maart 2027: rapportering tussenpersonen aan de administratie
AankomendVoor opt-outrekeningen dienen Belgische financiële tussenpersonen langs elektronische weg transactiegegevens in bij de FOD Financiën. Opt-outbelastingplichtigen moeten hun nettomeerwaarden aangeven in hun aangifte in de personenbelasting.
Bronheffing (opt-in) bewaart de anonimiteit van de belegger: de tussenpersoon deelt geen transactiedetails met de belastingadministratie. Bij opt-out is de tussenpersoon verplicht de gegevens te rapporteren aan de administratie. Cryptoactiva in een niet-custodiaal portefeuille en activa bij buitenlandse makelaars zonder opt-in zijn nooit onderworpen aan automatische inhouding: ze moeten altijd worden aangegeven in de personenbelasting.
Als u overweegt een BV op te richten in België, heeft de keuze tussen zelfstandige als natuurlijk persoon en vennootschap een rechtstreekse invloed op het toepasselijke regime voor uw beleggingsinkomsten: een vennootschap geniet niet van de vrijstelling van 10 000 euro, maar de intra-portefeuillemeerwaarden van de vennootschap vallen onder de VenB. Ons artikel over BV of NV in België analyseert de keuzecriterien.
Welke structuur past het best bij uw fiscale situatie?
De keuze tussen zelfstandige als natuurlijk persoon en de oprichting van een vennootschap heeft een rechtstreekse impact op uw meerwaardebelasting. Monsiegesocial begeleidt u bij de oprichting en de maatschappelijke zetel van uw onderneming in België.
Praktische voorbeelden: berekening van de belasting onder het algemeen regime
Een aantal concrete voorbeelden om de concrete impact op een privéportefeuille te meten.
Geval 1: belegger met een volledig post-2026 aandelenportefeuille. In 2026 realiseert u meerwaarden van 18 000 euro op aandelen gekocht vanaf 1 januari 2026, en verliezen van 3 000 euro op een ETF. U heeft geen overgedragen vrijstelling. Nettowinst: 15 000 euro. Na de jaarlijkse vrijstelling van 10 000 euro bedraagt de belastbare grondslag 5 000 euro. Verschuldigde belasting: 500 euro. (Let op: makelaarskosten zijn niet aftrekbaar.)
Geval 2: belegger met historische activa. U bezit aandelen gekocht in 2018 waarvan de waarde 40 000 euro is gestegen since de aankoop, waarvan 8 000 euro since 1 januari 2026 (post-referentiewinst). Alleen die 8 000 euro is belastbaar. Met uw vrijstelling van 10 000 euro (geen overdracht, eerste vervreemding) is de belastbare grondslag nihil. Verschuldigde belasting: 0 euro. De ongebruikte vrijstelling genereert een overdracht van 1 000 euro voor 2027.
Geval 3: ondernemer met een deelneming van 25% in zijn BV (regime aanzienlijke deelnemingen). Hij vervreemdt zijn deelneming en realiseert een meerwaarde van 600 000 euro. Omdat dit bedrag onder de vrijstelling van 1 000 000 euro over vijf jaar valt, is de volledige meerwaarde vrijgesteld. Verschuldigde belasting: 0 euro. Als de verkoop 1 400 000 euro had opgebracht, zou de schijf van 400 000 euro boven het miljoen worden belast tegen 1,25%, ofwel 5 000 euro.
Voor inzicht in de wisselwerking met de vennootschapsbelasting op uw bedrijfsinkomsten, behandelt onze gids over de vennootschapsbelasting in België de VenB-tarieven, het regime voor definitief belaste inkomsten (DBI) en de opbouw van de belastbare grondslag.
Verder lezen
- Vennootschapsbelasting in België: tarieven, berekening en verlaagd KMO-tarief: inzicht in de VenB op vennootschappen, als aanvulling op de meerwaardebelasting voor natuurlijke personen.
- BV of NV: welke rechtsvorm kiezen in België?: de keuze van de structuur bepaalt hoe uw beleggingsinkomsten en meerwaarden fiscaal worden behandeld.
- FOD Financiën: meerwaardebelasting op financiële activa: de officiële referentie voor aangiftes, betalingsmodaliteiten en de FAQ van de Belgische belastingadministratie.
