Monsiegesocial Logo

Meerwaardebelasting op financiële activa in België: gids 2026

Meerwaardebelasting financiële activa België: tarief 10%, jaarlijkse vrijstelling 10 000 euro, drie toepasselijke regimes, aangifte en termijnen in 2026 voor particulieren en zelfstandigen.

L

L'équipe Monsiegesocial

Gepubliceerd op 9 juillet 202610 min lezen
Geverifieerde officiële bronnen
Juridische en financiële documenten op een bureau, ter illustratie van de meerwaardebelasting op financiële activa in België

Belangrijkste punten

  • De meerwaardebelasting van 10% op financiële activa geldt sinds 1 januari 2026, op basis van de wet van 6 april 2026 (B.S., 21 april 2026).
  • Een jaarlijkse vrijstelling van 10 000 euro per natuurlijke persoon vermindert de belastbare grondslag; ongebruikte vrijstellingen stapelen op tot maximaal 15 000 euro.
  • Drie regimes bestaan naast elkaar: 10% voor gewoon privé aangehouden activa, een progressieve schaal voor aanzienlijke deelnemingen (20% of meer) en 33% voor vervreemding aan gecontroleerde entiteiten.
  • Sinds 1 juni 2026 is inhouding aan de bron door de financiële tussenpersoon het standaardmechanisme; meerwaarden van 1 januari tot 31 mei 2026 kunnen vóór 31 augustus 2026 vrijwillig worden betaald.
  • Latente winsten van vóór 31 december 2025 zijn volledig vrijgesteld via het referentiewaardemechanisme.

De meerwaardebelasting op financiële activa is een van de meest ingrijpende belastinghervormingen van de Arizona-regering in België. Aangenomen op 3 april 2026 door de Kamer en afgekondigd op 6 april 2026 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 april 2026), is ze met terugwerkende kracht van toepassing op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Of u nu particulier, privébelegger, zelfstandige of vertegenwoordiger van een vzw bent, deze gids legt het precieze toepassingsgebied, de drie belastingregimes, de vrijstellingen en de nog openstaande praktische termijnen in juli 2026 uit.

Welke activa vallen onder het toepassingsgebied van de belasting

De wet organiseert de betrokken activa in vier categorieën. Elke categorie omvat afzonderlijke producten, en de uitsluitingen zijn even nauwkeurig omschreven als het toepassingsgebied.

Categorieën van betrokken financiële activa

  • Aandelen, deelbewijzen en deelnemingen

    Beursgenoteerd of niet, privé aangehouden in een verhouding van minder dan 20% van de vennootschap (daarboven: zie het regime voor aanzienlijke deelnemingen).

  • Obligaties en schuldtitels

    Overheids-, bedrijfs- of gestructureerde obligaties, alsook vastrentende instrumenten uitgegeven in België of in het buitenland.

  • ETF's, opties, warrants en afgeleide instrumenten

    Beursgenoteerde indexfondsen, optiecontracten, warrants, futures, CFD's en emissierechten.

  • Cryptoactiva

    Cryptomunten, stablecoins, utility tokens en bepaalde NFT's bestemd voor betaling of belegging, in de zin van EU-verordening MiCA (EU 2023/1114).

  • Levensverzekeringscontracten en kapitalisatiecontracten

    Takken 21 (gegarandeerde rente), 22, 23 (aan fondsen gekopperd), 26 en 44, alsook hun buitenlandse equivalenten. Uitgesloten: groepsverzekering (pijler 2) en pensioensparen (pijler 3).

  • Deviezen en beleggingsedelmetalen

    Wisselkoersmeerwaarden op buitenlandse valuta en beleggingsgoud (zuiverheid 995/1000 of 24 karaat).

Onroerend goed, kunstwerken, juwelen, antiquiteiten en pensioenplannen van pijlers 2 en 3 zijn expliciet uitgesloten. Meerwaarden die worden gerealiseerd in een gebruikelijke beroepsmatige of speculatieve context blijven belast volgens de bestaande regels van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), los van deze belasting.

Drie regimes naargelang de aard van de vervreemding

De wet creëert geen enkel tarief: ze onderscheidt drie regimes naargelang de band tussen de verkoper en de vennootschap waarvan de effecten worden vervreemd.

Toepasselijk tariefVoornaamste voorwaarden
Algemeen regime10% (vast tarief)Financiële activa privé aangehouden, deelneming minder dan 20%
Aanzienlijke deelneming (≥ 20%)Progressieve schaal 0% tot 10%Bezit van 20% of meer van de rechten in een vennootschap, vrijstelling van 1 000 000 euro over 5 jaar
Interne vervreemding33%Verkoop aan een entiteit gecontroleerd door de verkoper of diens verwanten tot de 2e graad, geen vrijstelling
Overzicht van de drie regimes. De grote meerderheid van particuliere beleggers valt onder het algemeen regime van 10%.

Het regime van 10% is van toepassing op de grote meerderheid van particulieren en zelfstandigen die een privéportefeuille beheren. Het regime voor aanzienlijke deelnemingen richt zich op de ondernemer die zijn eigen vennootschap verkoopt: de vrijstelling van een miljoen euro over vijf jaar is bedoeld om de verkoop van een familiaal kmo niet te bestraffen. Het tarief van 33% voor interne vervreemdingen heeft een antimisbruikdoelstelling: het voorkomt dat de belasting wordt omzeild door activa te verkopen aan een vennootschap die men zelf controleert.

Jaarlijkse vrijstelling en gedeeltelijke overdracht

In het algemeen regime (10%) wordt de belastbare grondslag verminderd met een persoonlijke vrijstelling.

10 000 €

jaarlijkse vrijstelling

per natuurlijke persoon, geïndexeerd

+ 1 000 €

jaarlijkse overdracht

per jaar zonder vervreemding, tot 15 000 €

15 000 €

maximale gecumuleerde vrijstelling

absoluut plafond op de totale overgedragen vrijstelling

De vrijstelling is van toepassing op het jaarlijks nettosaldo: totale meerwaarden minus verliezen gerealiseerd in hetzelfde jaar en onder hetzelfde regime. Transactiekosten (makelaarscommissies, bewaarkosten) zijn niet aftrekbaar. Een negatief nettosaldo na verrekening van de verliezen van het jaar vervalt bij het einde van het belastbaar tijdperk, zonder overdracht.

Gehuwden en wettelijk samenwonenden ontvangen elk hun eigen vrijstelling van 10 000 euro, dus 20 000 euro gecombineerd, en tot 30 000 euro als beide partners de volledige overdracht hebben opgebouwd.

Historische meerwaarden: het referentiewaardemechanisme van 31 december 2025

Financiële activa aangehouden vóór 1 januari 2026 profiteren van een essentieel overgangsregime: de waarde op 31 december 2025 vervangt de historische aanschaffingsprijs als fiscale referentiewaarde. Meerwaarden die vóór die datum zijn opgebouwd, zijn dus volledig vrijgesteld.

Concreet: als u in 2019 aandelen hebt gekocht en ze in 2026 vervreemdt, is alleen de waardestijging gerealiseerd vanaf 1 januari 2026 opgenomen in de belastbare grondslag. Het deel dat overeenstemt met de waardestijging tussen 2019 en 31 december 2025 blijft vrijgesteld.

Een bijzonder geval betreft activa waarvan de waarde op 31 december 2025 lager was dan de aanschaffingsprijs ("under water"-activa): de belastingplichtige kan tot 31 december 2030 kiezen om de oorspronkelijke aanschaffingsprijs te gebruiken in plaats van de referentiewaarde, mits hij dit kan bewijzen en aangeeft in zijn aangifte in de personenbelasting.

Voor nieuwe Belgische fiscale inwoners die zich na 1 januari 2026 in België vestigen, is de referentiewaarde de marktwaarde op de datum van vestiging van de Belgische fiscale woonplaats: er is geen belasting op vóór de aankomst opgebouwde meerwaarden.

Aangifte en inhouding: opt-in of opt-out

De inning van de belasting berust op een tweeoptiestelsel, geregeld bij het koninklijk besluit van 18 mei 2026.

  1. 1

    1 januari 2026: belasting treedt in werking

    Verleden

    Meerwaarden gerealiseerd vanaf deze datum zijn belastbaar. Tijdens de overgangsperiode (januari tot mei 2026) werd geen bronheffing ingehouden door financiële tussenpersonen, bij gebrek aan gepubliceerde rechtsgrondslag.

  2. 2

    31 mei 2026: termijn om opt-out te kiezen voor 2026

    Verleden

    Belastingplichtigen die hun aangifte zelf wilden beheren (opt-out), moesten hun Belgische bank of makelaar vóór deze datum in kennis stellen. Na deze termijn is het standaardmechanisme (opt-in) automatisch van toepassing voor de rest van het jaar.

  3. 3

    1 juni 2026: start van de bronheffing (opt-in als standaard)

    Van kracht

    Belgische financiële tussenpersonen houden automatisch 10% in op elke gerealiseerde meerwaarde. De inhouding is bevrijdend: er is geen bijkomende aangifte in de personenbelasting vereist voor die meerwaarden. De belastingplichtige kan evenwel een aangifte indienen om een eventueel te veel ingehouden bedrag terug te krijgen (vrijstelling, verliezen).

  4. 4

    31 augustus 2026: vrijwillige betaling voor de overgangsperiode

    Aankomend

    Meerwaarden gerealiseerd tussen 1 januari en 31 mei 2026 (de periode zonder automatische inhouding) kunnen vóór deze datum vrijwillig worden betaald, en de opt-out voor meerwaarden van 1 juni tot 1 september 2026 kan nog worden uitgeoefend.

  5. 5

    1 maart 2027: rapportering tussenpersonen aan de administratie

    Aankomend

    Voor opt-outrekeningen dienen Belgische financiële tussenpersonen langs elektronische weg transactiegegevens in bij de FOD Financiën. Opt-outbelastingplichtigen moeten hun nettomeerwaarden aangeven in hun aangifte in de personenbelasting.

Bronheffing (opt-in) bewaart de anonimiteit van de belegger: de tussenpersoon deelt geen transactiedetails met de belastingadministratie. Bij opt-out is de tussenpersoon verplicht de gegevens te rapporteren aan de administratie. Cryptoactiva in een niet-custodiaal portefeuille en activa bij buitenlandse makelaars zonder opt-in zijn nooit onderworpen aan automatische inhouding: ze moeten altijd worden aangegeven in de personenbelasting.

Als u overweegt een BV op te richten in België, heeft de keuze tussen zelfstandige als natuurlijk persoon en vennootschap een rechtstreekse invloed op het toepasselijke regime voor uw beleggingsinkomsten: een vennootschap geniet niet van de vrijstelling van 10 000 euro, maar de intra-portefeuillemeerwaarden van de vennootschap vallen onder de VenB. Ons artikel over BV of NV in België analyseert de keuzecriterien.

Welke structuur past het best bij uw fiscale situatie?

De keuze tussen zelfstandige als natuurlijk persoon en de oprichting van een vennootschap heeft een rechtstreekse impact op uw meerwaardebelasting. Monsiegesocial begeleidt u bij de oprichting en de maatschappelijke zetel van uw onderneming in België.

Praktische voorbeelden: berekening van de belasting onder het algemeen regime

Een aantal concrete voorbeelden om de concrete impact op een privéportefeuille te meten.

Geval 1: belegger met een volledig post-2026 aandelenportefeuille. In 2026 realiseert u meerwaarden van 18 000 euro op aandelen gekocht vanaf 1 januari 2026, en verliezen van 3 000 euro op een ETF. U heeft geen overgedragen vrijstelling. Nettowinst: 15 000 euro. Na de jaarlijkse vrijstelling van 10 000 euro bedraagt de belastbare grondslag 5 000 euro. Verschuldigde belasting: 500 euro. (Let op: makelaarskosten zijn niet aftrekbaar.)

Geval 2: belegger met historische activa. U bezit aandelen gekocht in 2018 waarvan de waarde 40 000 euro is gestegen since de aankoop, waarvan 8 000 euro since 1 januari 2026 (post-referentiewinst). Alleen die 8 000 euro is belastbaar. Met uw vrijstelling van 10 000 euro (geen overdracht, eerste vervreemding) is de belastbare grondslag nihil. Verschuldigde belasting: 0 euro. De ongebruikte vrijstelling genereert een overdracht van 1 000 euro voor 2027.

Geval 3: ondernemer met een deelneming van 25% in zijn BV (regime aanzienlijke deelnemingen). Hij vervreemdt zijn deelneming en realiseert een meerwaarde van 600 000 euro. Omdat dit bedrag onder de vrijstelling van 1 000 000 euro over vijf jaar valt, is de volledige meerwaarde vrijgesteld. Verschuldigde belasting: 0 euro. Als de verkoop 1 400 000 euro had opgebracht, zou de schijf van 400 000 euro boven het miljoen worden belast tegen 1,25%, ofwel 5 000 euro.

Voor inzicht in de wisselwerking met de vennootschapsbelasting op uw bedrijfsinkomsten, behandelt onze gids over de vennootschapsbelasting in België de VenB-tarieven, het regime voor definitief belaste inkomsten (DBI) en de opbouw van de belastbare grondslag.

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Is de meerwaardebelasting op financiële activa in België van kracht in 2026?

Ja. De belasting van 10% op meerwaarden uit de vervreemding van financiële activa geldt sinds 1 januari 2026 voor in België fiscaal inwonende natuurlijke personen en bepaalde rechtspersonen zonder winstoogmerk. De wet van 6 april 2026 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 april 2026. Een jaarlijkse vrijstelling van 10 000 euro per persoon vermindert de belastbare grondslag.

Welke financiële activa zijn onderworpen aan de nieuwe meerwaardebelasting?

De belasting treft meerwaarden op de vervreemding van aandelen en deelbewijzen, obligaties, ETF's, opties, warrants en afgeleide instrumenten, cryptoactiva en bepaalde levensverzekeringscontracten en kapitalisatiecontracten (takken 21, 22, 23, 26, 44). Onroerend goed, kunstwerken en pensioenplannen (pijlers 2 en 3) zijn uitgesloten.

Worden meerwaarden op activa die voor 2026 werden aangehouden belast?

Nee. Latente winsten die zijn opgebouwd op activa die vóór 31 december 2025 werden aangehouden, zijn vrijgesteld. De marktwaarde op 31 december 2025 geldt als fiscale aanschaffingswaarde: alleen het deel van de meerwaarde dat vanaf 1 januari 2026 is gerealiseerd, is belastbaar. Door uw effectenrekeninguittreksels op die datum bij te houden, kunt u de referentiewaarde bewijzen bij een controle.

Hoe geeft u de meerwaardebelasting op financiële activa aan?

Sinds 1 juni 2026 is de inhouding aan de bron (opt-in) het standaardmechanisme: de financiële tussenpersoon houdt de belasting automatisch in. Zonder inhouding aan de bron moeten nettomeerwaarden boven 10 000 euro worden aangegeven in de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting. Meerwaarden gerealiseerd tussen 1 januari en 31 mei 2026 (overgangsperiode) kunnen vóór 31 augustus 2026 vrijwillig worden betaald.

Is een zelfstandige die aandelen in zijn eigen vennootschap verkoopt onderworpen aan het tarief van 10%?

Niet noodzakelijk. Als de zelfstandige ten minste 20% van de rechten in de vennootschap bezit, is het regime voor aanzienlijke deelnemingen van toepassing, met een progressieve schaal en een vrijstelling van 1 000 000 euro over vijf jaar. Het tarief van 10% is enkel van toepassing als de deelneming minder dan 20% bedraagt. Wordt de verkoop gedaan aan een entiteit die de verkoper controleert (interne vervreemding), dan geldt een afzonderlijk tarief van 33%.

Kunnen verliezen op vervreemding van financiële activa worden verrekend met winsten?

Ja, verliezen die in het jaar zijn gerealiseerd, kunnen worden afgetrokken van de winsten van hetzelfde jaar en hetzelfde regime, vóór toepassing van de vrijstelling van 10 000 euro. Transactiekosten (makelaarstarieven, bewaarkosten) zijn echter niet aftrekbaar, en een negatief saldo kan niet worden overgedragen naar volgende jaren.