Monsiegesocial Logo

Roerende voorheffing op dividenden van een BV: tarieven en optimalisatie

Roerende voorheffing op dividenden van een BV in België: normaal tarief 30%, VVPR-bis-stelsel aan 18%, liquidatiereserve en aangifteverplichtingen voor bestuurders en aandeelhouders.

L

L'équipe Monsiegesocial

Gepubliceerd op 7 juillet 20267 min lezen
Geverifieerde officiële bronnen
Boekhouder die een rekenmachine gebruikt met financiële documenten op een bureau, illustratie dividendbelasting BV

Belangrijkste punten

  • Het normale tarief van de roerende voorheffing op dividenden bedraagt 30% sinds 1 januari 2017.
  • Het VVPR-bis-stelsel geldt voor kleine BV's waarvan de aandelen in geld zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013; het tarief bedraagt 18% sinds 1 juli 2026.
  • De liquidatiereserve laat toe de uitkering uit te stellen: afzonderlijke aanslag van 10% bij aanleg, daarna verlaagde voorheffing afhankelijk van de bewaartermijn.
  • De BV is verantwoordelijk voor de inhouding en betaling van de roerende voorheffing binnen de 15 dagen na de toekenning van de dividenden.
  • De roerende voorheffing is bevrijdend voor Belgische rijksinwoners: geen vermelding in de aangifte personenbelasting.

Wanneer een BV beslist om dividenden uit te keren, rijst onmiddellijk een concrete fiscale vraag: hoeveel zal de fiscus inhouden voordat het geld de aandeelhouder bereikt? De roerende voorheffing op dividenden van een BV is een bronheffing berekend aan het normale tarief van 30% sinds 1 januari 2017, maar twee wettelijke stelsels, VVPR-bis en de liquidatiereserve, kunnen deze heffing verminderen. Deze gids behandelt het mechanisme, de twee optimalisatiehefbomen en de aangifteverplichtingen van de vennootschap.

Roerende voorheffing: mechanisme en toepasselijke tarieven

De roerende voorheffing (RV) is een belasting ingehouden aan de bron door de vennootschap die een roerend inkomen (dividend, interest, royalty) uitkeert. Voor dividenden uitgekeerd door een BV aan haar aandeelhouders-particulieren, houdt de vennootschap zelf de voorheffing in op het brutobedrag en betaalt ze die door aan de administratie, alvorens het nettobedrag aan de aandeelhouder uit te betalen.

30%

normaal tarief

standaardtarief sinds 1 januari 2017

18%

VVPR-bis-tarief

stelsel nieuwe aandelen kleine vennootschappen sinds 1 juli 2026 (WIB 92, art. 269, §2)

10%

aanslag liquidatiereserve

afzonderlijke aanslag betaald bij de aanleg (art. 219quater WIB 92)

Het tarief van 30% is van toepassing op elk dividend waarvoor geen afwijkend stelsel wordt ingeroepen. Het wordt berekend op het brutodividend zoals beslist door de algemene vergadering. De aandeelhouder ontvangt dus 70% van het brutodividend, het saldo wordt door de BV doorgestort aan de SPF Financiën.

VVPR-bis: het verlaagd-tariefstelsel voor nieuwe aandelen

Het VVPR-bis-stelsel is gecodificeerd in artikel 269, §2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Het stelt een kleine vennootschap in staat een verlaagd tarief van roerende voorheffing toe te passen op dividenden gekoppeld aan aandelen uitgegeven vanaf 1 juli 2013.

Cumulatieve voorwaarden om van VVPR-bis te genieten

  • Kleine vennootschap in de zin van art. 1:24 WVV

    Criteria: jaaromzet exclusief btw, balanstotaal, gemiddeld aantal werknemers. De voorwaarde wordt beoordeeld in het boekjaar waarin het dividend wordt toegekend.

  • Aandelen uitgegeven vanaf 1 juli 2013

    Aandelen die vóór deze datum bestonden, zijn uitgesloten van het stelsel, ook als de vennootschap al langer bestaat.

  • Uitsluitend inbrengen in geld

    Aandelen uitgegeven in ruil voor inbrengen in natura geven geen toegang tot het stelsel.

  • Uitgifte à pari of boven pari

    Aandelen mogen niet worden ingeschreven onder hun nominale waarde of boekhoudkundige pariwaarde.

  • Aandelen volledig volgestort

    Gedeeltelijke volstorting geeft geen toegang tot het verlaagd tarief voor dividenden uitgekeerd vóór de volledige volstorting.

  • Aandelen op naam

    Aandelen op naam zijn de standaardvorm in een BV na de afschaffing van toonderaandelen.

Het toepasselijke verlaagde tarief hangt af van het boekjaar waarvan de baten worden uitgekeerd en de datum van de inbreng. Voor inbrengen vóór 1 januari 2026 gold een tarief van 20% in het tweede boekjaar na de inbreng, en 15% vanaf het derde boekjaar. Voor inbrengen vanaf 1 januari 2026 is enkel een verlaagd tarief van toepassing vanaf het derde boekjaar.

Sinds 1 juli 2026 zijn alle VVPR-bis-uitkeringen onderworpen aan het eenvormig tarief van 18%, ongeacht de vintage van de aandelen (wet van 23 februari 2026, van kracht op 1 juli 2026). Dit tarief vervangt de vroegere tarieven van 20% en 15% voor alle uitkeringen gedaan vanaf die datum.

De liquidatiereserve: uitkering uitstellen om belasting te verlagen

De liquidatiereserve wordt geregeld door artikel 184quater WIB 92. Ze biedt een andere aanpak: in plaats van de winst onmiddellijk uit te keren, plaatst de kleine vennootschap die in reserve terwijl ze bij de aanleg een afzonderlijke aanslag van 10% (art. 219quater WIB 92) betaalt. Deze reserve kan vervolgens worden uitgekeerd met een verlaagde roerende voorheffing, waarvan het tarief afhangt van de verstreken tijd na de afsluiting van het aanlegjaar.

Het toepasselijke stelsel hangt af van de aanlegdatum van de reserve. De programmawet van 18 juli 2025 en latere maatregelen hebben twee afzonderlijke stelsels ingevoerd:

Reserves aangelegd tot 30.12.2025Reserves aangelegd vanaf 31.12.2025
Aanslag bij aanleg10% (art. 219quater WIB 92)10% (art. 219quater WIB 92)
Uitkering vóór 3 jaar20%30%
Uitkering tussen 3 en 5 jaar6,5%9,8% (eenvormige termijn van 3 jaar)
Uitkering na 5 jaar5%9,8% (idem)
Bij ontbinding0%0%
Bron: programmawet van 18 juli 2025 en overgangsbepalingen. Verifieer de wettelijke voorwaarden met uw accountant.

De liquidatiereserve biedt een bijzonder voordeel bij de ontbinding van de vennootschap: in dat geval worden de liquidatiereserves uitgekeerd zonder bijkomende roerende voorheffing, bovenop de reeds betaalde aanslag van 10% bij de aanleg. Dit is een aanzienlijk voordeel voor aandeelhouders die hun activiteit op termijn willen stopzetten.

Voor oude reserves (aangelegd vóór 2026) blijft geduld een fiscale parameter op zich: wachten op het 5%-tarief na 5 jaar in plaats van uitkeren vóór 3 jaar aan 20% vertegenwoordigt een aanzienlijk verschil. Voor nieuwe reserves is de optimale bewaartermijn teruggebracht tot 3 jaar, maar het tarief van 9,8% ligt hoger dan het vroegere optimum van 5%.

Aangifteverplichtingen van de uitkerende BV

De BV die dividenden uitkeert, is niet louter een passieve tussenpersoon: zij is de wettelijke schuldenaar van de roerende voorheffing. Haar verplichtingen zijn nauwkeurig omschreven en onderworpen aan strikte termijnen.

De roerende voorheffing moet worden doorgestort op de verzamelrekening van de SPF Financiën binnen de 15 dagen na de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend. De toekenning vindt in de regel plaats op de datum van de beslissing van de algemene vergadering; de betaalbaarstelling op de datum van de effectieve overschrijving aan de aandeelhouders.

De aangifte roerende voorheffing (formulier 273 voor roerende inkomsten in het algemeen, of 273A voor dividenden van Belgische oorsprong) moet bij de SPF Financiën worden ingediend binnen dezelfde termijn van 15 dagen. Dit formulier geeft een overzicht van het bruto uitgekeerde bedrag, het toegepast tarief en het ingehouden bedrag. De BV bezorgt aan elke begunstigde tevens een fiche 281.40 met dezelfde gegevens voor hun aangifte personenbelasting.

Actuele informatie over formulieren en betalingstermijnen is beschikbaar op finances.belgium.be.

Uw BV oprichten in België met Monsiegesocial

Structuur, maatschappelijke zetel en volledige begeleiding om uw activiteit te starten in de beste fiscale en juridische omstandigheden.

Verder lezen

De dividendbelasting maakt deel uit van een bredere fiscale context die het nuttig is als geheel te beheersen:

Veelgestelde vragen

Wat is het tarief van de roerende voorheffing op dividenden van een BV in België?

Het normale tarief van de roerende voorheffing bedraagt 30% sinds 1 januari 2017. Dit tarief geldt standaard voor alle dividenden uitgekeerd door een BV. Een verlaagd tarief van 18% is van toepassing via het VVPR-bis-stelsel voor kleine vennootschappen die voldoen aan de wettelijke voorwaarden (tarief van kracht sinds 1 juli 2026).

Hoe werkt het VVPR-bis-stelsel voor dividenden van een BV?

Het VVPR-bis-stelsel (art. 269, §2, WIB 92) stelt kleine vennootschappen in staat een verlaagd tarief toe te passen op dividenden wanneer aandelen zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013 in ruil voor inbrengen in geld, à pari of boven pari, op naam en volledig volgestort. Het verlaagd tarief van 18% is van toepassing vanaf het derde boekjaar na het boekjaar van de inbreng. Voor inbrengen vóór 1 januari 2026 gold een overgangspercentage van 20% in het tweede boekjaar.

Wat is de liquidatiereserve van een Belgische BV?

De liquidatiereserve (art. 184quater WIB 92) stelt een kleine vennootschap in staat een reserve aan te leggen door bij de aanleg een afzonderlijke aanslag van 10% te betalen. Voor reserves aangelegd tot 30 december 2025 bedraagt de roerende voorheffing bij latere uitkering 5% na 5 jaar, 6,5% tussen 3 en 5 jaar, en 20% vóór 3 jaar. Voor reserves aangelegd vanaf 31 december 2025 bedraagt het tarief 9,8% na 3 jaar of 30% vóór die termijn. Bij ontbinding van de vennootschap is geen bijkomende roerende voorheffing verschuldigd.

Wie moet de roerende voorheffing aangeven en doorstorten aan de fiscus?

De BV die de dividenden uitkeert, is verantwoordelijk voor de inhouding en betaling van de roerende voorheffing. Ze moet deze doorstorten binnen de 15 dagen na de toekenning of betaalbaarstelling van de dividenden, via een aangifte roerende voorheffing (formulier 273 of 273A). De aandeelhouder ontvangt het nettodividend, reeds verminderd met de ingehouden roerende voorheffing.

Is de roerende voorheffing op dividenden bevrijdend voor particulieren?

Ja, voor Belgische rijksinwoners-particulieren is de roerende voorheffing in principe bevrijdend: zij zijn niet verplicht het dividend op te nemen in hun aangifte personenbelasting. De bronheffing geldt als definitieve belasting op dit inkomen.

Kunnen VVPR-bis en liquidatiereserve gecombineerd worden voor eenzelfde uitkering?

Neen. VVPR-bis en de liquidatiereserve zijn twee alternatieve mechanismen. Eenzelfde dividenduitkering kan niet tegelijk van beide voordelen genieten. De BV kiest, naargelang haar situatie en inbrenggeschiedenis, het meest geschikte mechanisme voor elke uitkering.

Ook interessant