Belangrijkste punten
- Het normale tarief van de roerende voorheffing op dividenden bedraagt 30% sinds 1 januari 2017.
- Het VVPR-bis-stelsel geldt voor kleine BV's waarvan de aandelen in geld zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013; het tarief bedraagt 18% sinds 1 juli 2026.
- De liquidatiereserve laat toe de uitkering uit te stellen: afzonderlijke aanslag van 10% bij aanleg, daarna verlaagde voorheffing afhankelijk van de bewaartermijn.
- De BV is verantwoordelijk voor de inhouding en betaling van de roerende voorheffing binnen de 15 dagen na de toekenning van de dividenden.
- De roerende voorheffing is bevrijdend voor Belgische rijksinwoners: geen vermelding in de aangifte personenbelasting.
Wanneer een BV beslist om dividenden uit te keren, rijst onmiddellijk een concrete fiscale vraag: hoeveel zal de fiscus inhouden voordat het geld de aandeelhouder bereikt? De roerende voorheffing op dividenden van een BV is een bronheffing berekend aan het normale tarief van 30% sinds 1 januari 2017, maar twee wettelijke stelsels, VVPR-bis en de liquidatiereserve, kunnen deze heffing verminderen. Deze gids behandelt het mechanisme, de twee optimalisatiehefbomen en de aangifteverplichtingen van de vennootschap.
Roerende voorheffing: mechanisme en toepasselijke tarieven
De roerende voorheffing (RV) is een belasting ingehouden aan de bron door de vennootschap die een roerend inkomen (dividend, interest, royalty) uitkeert. Voor dividenden uitgekeerd door een BV aan haar aandeelhouders-particulieren, houdt de vennootschap zelf de voorheffing in op het brutobedrag en betaalt ze die door aan de administratie, alvorens het nettobedrag aan de aandeelhouder uit te betalen.
normaal tarief
standaardtarief sinds 1 januari 2017
VVPR-bis-tarief
stelsel nieuwe aandelen kleine vennootschappen sinds 1 juli 2026 (WIB 92, art. 269, §2)
aanslag liquidatiereserve
afzonderlijke aanslag betaald bij de aanleg (art. 219quater WIB 92)
Het tarief van 30% is van toepassing op elk dividend waarvoor geen afwijkend stelsel wordt ingeroepen. Het wordt berekend op het brutodividend zoals beslist door de algemene vergadering. De aandeelhouder ontvangt dus 70% van het brutodividend, het saldo wordt door de BV doorgestort aan de SPF Financiën.
VVPR-bis: het verlaagd-tariefstelsel voor nieuwe aandelen
Het VVPR-bis-stelsel is gecodificeerd in artikel 269, §2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Het stelt een kleine vennootschap in staat een verlaagd tarief van roerende voorheffing toe te passen op dividenden gekoppeld aan aandelen uitgegeven vanaf 1 juli 2013.
Cumulatieve voorwaarden om van VVPR-bis te genieten
Kleine vennootschap in de zin van art. 1:24 WVV
Criteria: jaaromzet exclusief btw, balanstotaal, gemiddeld aantal werknemers. De voorwaarde wordt beoordeeld in het boekjaar waarin het dividend wordt toegekend.
Aandelen uitgegeven vanaf 1 juli 2013
Aandelen die vóór deze datum bestonden, zijn uitgesloten van het stelsel, ook als de vennootschap al langer bestaat.
Uitsluitend inbrengen in geld
Aandelen uitgegeven in ruil voor inbrengen in natura geven geen toegang tot het stelsel.
Uitgifte à pari of boven pari
Aandelen mogen niet worden ingeschreven onder hun nominale waarde of boekhoudkundige pariwaarde.
Aandelen volledig volgestort
Gedeeltelijke volstorting geeft geen toegang tot het verlaagd tarief voor dividenden uitgekeerd vóór de volledige volstorting.
Aandelen op naam
Aandelen op naam zijn de standaardvorm in een BV na de afschaffing van toonderaandelen.
Het toepasselijke verlaagde tarief hangt af van het boekjaar waarvan de baten worden uitgekeerd en de datum van de inbreng. Voor inbrengen vóór 1 januari 2026 gold een tarief van 20% in het tweede boekjaar na de inbreng, en 15% vanaf het derde boekjaar. Voor inbrengen vanaf 1 januari 2026 is enkel een verlaagd tarief van toepassing vanaf het derde boekjaar.
Sinds 1 juli 2026 zijn alle VVPR-bis-uitkeringen onderworpen aan het eenvormig tarief van 18%, ongeacht de vintage van de aandelen (wet van 23 februari 2026, van kracht op 1 juli 2026). Dit tarief vervangt de vroegere tarieven van 20% en 15% voor alle uitkeringen gedaan vanaf die datum.
De liquidatiereserve: uitkering uitstellen om belasting te verlagen
De liquidatiereserve wordt geregeld door artikel 184quater WIB 92. Ze biedt een andere aanpak: in plaats van de winst onmiddellijk uit te keren, plaatst de kleine vennootschap die in reserve terwijl ze bij de aanleg een afzonderlijke aanslag van 10% (art. 219quater WIB 92) betaalt. Deze reserve kan vervolgens worden uitgekeerd met een verlaagde roerende voorheffing, waarvan het tarief afhangt van de verstreken tijd na de afsluiting van het aanlegjaar.
Het toepasselijke stelsel hangt af van de aanlegdatum van de reserve. De programmawet van 18 juli 2025 en latere maatregelen hebben twee afzonderlijke stelsels ingevoerd:
| Reserves aangelegd tot 30.12.2025 | Reserves aangelegd vanaf 31.12.2025 | |
|---|---|---|
| Aanslag bij aanleg | 10% (art. 219quater WIB 92) | 10% (art. 219quater WIB 92) |
| Uitkering vóór 3 jaar | 20% | 30% |
| Uitkering tussen 3 en 5 jaar | 6,5% | 9,8% (eenvormige termijn van 3 jaar) |
| Uitkering na 5 jaar | 5% | 9,8% (idem) |
| Bij ontbinding | 0% | 0% |
De liquidatiereserve biedt een bijzonder voordeel bij de ontbinding van de vennootschap: in dat geval worden de liquidatiereserves uitgekeerd zonder bijkomende roerende voorheffing, bovenop de reeds betaalde aanslag van 10% bij de aanleg. Dit is een aanzienlijk voordeel voor aandeelhouders die hun activiteit op termijn willen stopzetten.
Voor oude reserves (aangelegd vóór 2026) blijft geduld een fiscale parameter op zich: wachten op het 5%-tarief na 5 jaar in plaats van uitkeren vóór 3 jaar aan 20% vertegenwoordigt een aanzienlijk verschil. Voor nieuwe reserves is de optimale bewaartermijn teruggebracht tot 3 jaar, maar het tarief van 9,8% ligt hoger dan het vroegere optimum van 5%.
Aangifteverplichtingen van de uitkerende BV
De BV die dividenden uitkeert, is niet louter een passieve tussenpersoon: zij is de wettelijke schuldenaar van de roerende voorheffing. Haar verplichtingen zijn nauwkeurig omschreven en onderworpen aan strikte termijnen.
De roerende voorheffing moet worden doorgestort op de verzamelrekening van de SPF Financiën binnen de 15 dagen na de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend. De toekenning vindt in de regel plaats op de datum van de beslissing van de algemene vergadering; de betaalbaarstelling op de datum van de effectieve overschrijving aan de aandeelhouders.
De aangifte roerende voorheffing (formulier 273 voor roerende inkomsten in het algemeen, of 273A voor dividenden van Belgische oorsprong) moet bij de SPF Financiën worden ingediend binnen dezelfde termijn van 15 dagen. Dit formulier geeft een overzicht van het bruto uitgekeerde bedrag, het toegepast tarief en het ingehouden bedrag. De BV bezorgt aan elke begunstigde tevens een fiche 281.40 met dezelfde gegevens voor hun aangifte personenbelasting.
Actuele informatie over formulieren en betalingstermijnen is beschikbaar op finances.belgium.be.
Uw BV oprichten in België met Monsiegesocial
Structuur, maatschappelijke zetel en volledige begeleiding om uw activiteit te starten in de beste fiscale en juridische omstandigheden.
Verder lezen
De dividendbelasting maakt deel uit van een bredere fiscale context die het nuttig is als geheel te beheersen:
- Vennootschapsbelasting in België: tarieven, berekening en verlaagd tarief KMO: begrijpen hoe de belastbare basis wordt opgebouwd vooraleer de vraag van uitkering rijst.
- Fiscaal aftrekbare beroepskosten voor een BV: de grondslag voor de vennootschapsbelasting verlagen vooraleer te beslissen hoeveel als dividend wordt uitgekeerd.
- Een BV oprichten in België: stappen, kosten en termijnen: de keuzes bij de oprichting, met name het bedrag van de inbreng in geld, bepalen rechtstreeks de toegang tot het VVPR-bis-stelsel.



